The Iceman (2012)

icemcanIn 2003 werd de paper ‘Disordered personalities at work’ gepubliceerd, geschreven door Belinda Board en Katarina Fritzon. Ze beschrijven daarin dat topmensen in het bedrijfsleven vaak persoonlijke eigenschappen gemeen hebben met psychopaten, zoals oppervlakkige charme, egocentrisme en meedogenloosheid.

Het onderzoek van Board en Fritzon past in een trend in de moderne psychiatrie, waarin categorisatie van psychische aandoeningen minder zwart-wit is geworden. We plakken niet meer zo gauw etiketten op mensen met psychische problemen. Hysterische karaktertrekken worden tegenwoordig vaak symptomen van een conversiestoornis of somatisatiestoornis genoemd, een borderliner lijdt nu aan een emotionally unstable personality disorder en een ouderwetse neurose bestaat zelfs helemaal niet meer, volgens de gezaghebbende International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems.

Daar zijn ten minste drie redenen voor: de ouderwetse classificaties zijn vaak achterhaald door ontdekkingen in de neurowetenschap; de oude benamingen zijn soms stigmatiserend (hysterie); maar bovenal: er bestaat niet zoiets als dé psychopaat of schizofreen. Elke psychische aandoening is feitelijk een gebrek aan evenwicht in menselijke karaktertrekken. Iedereen is op zijn minst een beetje neurotisch, hysterisch en schizofreen. Iedereen scoort wel een paar punten op de psychopathie-checklist van Robert D. Hare. Dat betekent niet meteen dat we allemaal een Hannibaleske muilkorf hoeven dragen.

In The Iceman, geregisseerd door Ariel Vromen, zie je een effect van deze tendens naar nuance. De film vertelt het waargebeurde verhaal van Richard Kuklinski, huurmoordenaar en familieman (gespeeld door Michael Shannon, geweldig als altijd). Hij heeft meer dan honderd mensen om zeep geholpen, ofwel in opdracht van de maffia, ofwel om zijn geheime carrière verborgen te houden. Zijn gezin met drie kinderen (in de film twee) wist al die jaren van niets. Zijn vrouw (in de film gespeeld door Winona Ryder) dacht dat hij iets deed in de valutahandel.

Op YouTube zijn lange interviews met de echte Iceman te zien, opgenomen nadat hij gepakt en veroordeeld was voor drie van zijn hit jobs. Je ziet hem kalmpjes praten over hoe makkelijk hij mensen vermoordde, zonder schaamte of wroeging. De vervelendste momenten in de interviews zijn misschien wel wanneer hij begrijpt hoe sensationeel zijn verhalen overkomen op de kijker, en daarom de naarste details nog even heel blasé benadrukt, voor het effect. Een paar keer zie je hem evenwel kort worstelen met zijn gebrek aan empathie; hij lijkt dan toch in te zien dat zijn manier van leven fout is geweest. Maar het gevoel bekruipt je al gauw dat hij dit zegt uit berekening. Wat zou hij gezegd hebben als hij niet gepakt was?

Gekke ander

Michael Shannon heeft duidelijk goed naar deze video-interviews gekeken voor zijn rol. Zijn mimiek en dictie lijkt enorm op die van Kuklinksi. Maar de draai die hij aan Kuklinski geeft is beslist niet gebaseerd op feiten. De echte Kuklinski is een monster met een zeer beperkt gevoelsleven, iemand wiens hersenen duidelijk defect zijn: een platte karikatuur van een psychopaat. Shannon maakt van The Iceman daarentegen een mens in conflict met zichzelf, iemand met goede en slechte kanten, die alles wil opgeven voor vrouw en kroost.

Dat is een slimme strategie. Het geeft regisseur Vromen de mogelijkheid van The Iceman de hoofdpersoon te maken met wie je meeleeft, in plaats van de in-en-in slechte antagonist die gepakt moet worden door een of andere heldhaftige detective.

Een film als The Iceman zou enkele decennia geleden zeer controversieel zijn geweest. In Peeping Tom (1960) bijvoorbeeld, is de hoofdpersoon een eenzame, meelijwekkende filmmaker die in zijn vrije tijd hoertjes vermoordt. De enorme controverse rondom die film betekende bijna het einde van de carrière van meester-regisseur Michael Powell. Of neem A Clockwork Orange (1971), die 27 jaar lang niet vertoond is in Engeland. Nee, de psychopaten van weleer moesten op afstand van de kijker blijven, zoals Norman Bates in Psycho (1960). De gek, dat is de ander. Identificatie was taboe.

De moderne psychiatrie leert ons dat we allemaal eigenschappen gemeen hebben met psychopaten, hysterici en borderliners. Het heeft geen zin bang te zijn voor monsters, omdat we allemaal kleine stukjes monsterlijkheid in ons herbergen. We scoren misschien niet zo hoog op de psychopatenschaal als Kuklinski, maar we zijn allemaal wel eens gemeen, impulsief of zelfs gewelddadig.

Dat inzicht levert enorm interessante hoofdrollen op. We hoeven niet meer door de ogen van een moreel superieur hoofdpersonage naar de slechterik te kijken, zoals in The Silence of the Lambs (1991) en Se7en (1995) nog wel het geval was. De waanzinnige mag nu de hoofdpersoon zijn. We leven graag met Michael Fassbender als seksverslaafde mee in Shame (2011), beleven de wereld via de ogen van Jason Bateman in American Psycho (2000), en (spoiler alert!) ontdekken samen met Leonardo DiCaprio dat hij een beetje in de war is in Shutter Island (2010). Daaraan is nu The Iceman toegevoegd: een fascinerend fictief monster dat realistischer is dan de werkelijkheid.

Eerder verschenen op Cineville.nl

Où est le McDonalds? #4

Onze redacteur Joeri Pruys is op het Filmfestival van Cannes. Hij gaat het maken in de filmwereld namelijk, maar tot die tijd schrijft hij blogs over zijn low-budget zwerftocht over het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. In zijn vierde en laatste blog spreekt hij Annet Malherbe, ziet hij bedelende mannen in pak, en natuurlijk Soderbergh’s Behind the Candelabra, Franco’s As I lay Dying en Winding Refn’s Only God Forgives.

De dag na de première van Borgman spreek ik met Annet Malherbe aan het strand van Cannes. Ze speelt een rol in de film, en is getrouwd met de regisseur, Alex van Warmerdam. Ze lijkt nogal nuchter te blijven onder alle aandacht voor de film, maar vindt het toch ook wel heel leuk dat de filmwereld Borgman omarmt. “Het is net alsof er een prinsesje is geboren.”

Of de film kans maakt op de Gouden Palm durft ze niet te zeggen. Het maakt haar ook niet zoveel uit. ‘Het is sowieso leuk dat we meedingen. Iedereen is er heel erg van onder de indruk dat we tussen Steven Soderbergh en de Coen Brothers staan. Maar ik en Alex zien dat gewoon als jongens die net als wij films aan het maken zijn.’ (het complete interview met Annet verschijnt natuurlijk nog op Cineville.nl.)

Slecht pasje, toch premières

Naast Borgman weet ik bij nog een aantal premières aanwezig te zijn. Soms moet ik daarvoor uren in de rij staan, want mijn soort pasje is van het laagste allooi. De grotere jongens van de pers en filmkopers en -distributeurs hebben pasjes met andere kleuren en kunnen daarmee veel makkelijker aan plekken komen. Ik zie het als een sport om desondanks op het juiste moment bij de rij aan te sluiten of reserveringen te doen. Soms lukt het, soms niet. Eén keer werden van onze vierkoppige groep twee mensen toegelaten, en twee niet. Die waren nèt te laat.

Eén methode om aan kaartjes te komen sla ik over: op straat staan met een bordje met de titel van de film waarvoor je kaarten zoekt. Ik vind dat wat al te arremoeiig. Maar het is een komisch gezicht om op het pleintje voor het Palais des Festivals een dozijn mannen in smoking te zien staan die bedelen om een bioscoopkaartje. En het werkt wel: mensen die een uitnodiging hebben voor een première en zelf niet kunnen, geven de kaarten graag aan je weg, aangezien ze de kaarten niet mogen doorverkopen. 

Soderbergh, Franco en Winding Refn

In een paar dagen tijd bezoek ik aardig wat premières. Zo zie ik Behind the Candelabra, een hilarische biopic over de kitsch-pianist Liberace, geregisseerd door Steven Soderbergh. Michael Douglas speelt de homoseksuele Liberace met enorm veel plezier. Bij de persconferentie is hij geëmotioneerd: drie jaar geleden werd bij hem keelkanker geconstateerd, en Soderbergh heeft gewacht met het maken van de film totdat Douglas genezen was en weer in staat was te acteren. En het was het waard, want zijn performance is spectaculair.

Ik zie ook de Faulkner-verfilming As I Lay Dying van James Franco. In het boek worden vijftien verschillende ik-figuren opgevoerd die beurtelings aan het woord zijn. Franco koos er in zijn verfilming voor deze fragmentarische structuur vorm te geven middels veelvuldig gebruik van split-screen. Wonderlijk genoeg blijkt dat een gouden greep: het maakt het nogal taaie verhaal visueel fris en prikkelend.

Only God Forgives van Nicolas Winding Refn is zonder twijfel de meest controversiële film op het festival. Ryan Gosling speelt een drugshandelaar in Thailand die de moord op zijn broer wreekt en daarbij in de weg wordt gestaan door een zwaardzwaaiende politiefunctionaris. De plaatjes en muziek zijn prachtig, maar de film bevat een aantal zeer gruwelijke martel- en moordscènes. Tientallen mensen liepen tijdens de première de zaal uit, en tijdens een andere screening was zelfs boegeroep te horen. Het is een film die hier op het festival de gemoederen bezighoudt. 

Budgetbroodje

Tussen de films door leer ik steeds meer plekken kennen waar je heerlijk kan eten op een beperkt budget. Zo is het lekkerste broodje van Cannes te krijgen tegenover het busstation, in een keet genaamd PhilCat. Het gigantische ding kost vijf euro, is volgepropt met tonijn en ansjovis en druipt van de olijfolie. Het is een complete maaltijd. Een andere goeie keuze is Mezzo di Pasta op de Rue Buttura, waar ze voor minder dan een tientje flink veel pasta serveren in Chinese kartonnen take-away-bakjes.

Alles in Cannes draait om het festival. De organisatie is onvoorstelbaar groot. Honderden festivalmedewerkers, tientallen tijdelijke landenpaviljoens, duizenden bezoekers die verwachten dat de wc’s altijd schoon zijn. Ik loop tussen de menigte als een beginner, met weinig geld op zak, maar ook ik voel me hier thuis. En terwijl ik, op weg naar de last minute-rij, Christoph Waltz passeer alsof het de normaalste zaak van de wereld is, besluit ik vanaf nu elk jaar te gaan. Cannes is een bereikbare filmdroom.

Eerder verschenen op Cineville.nl

Où est le McDonalds? #3

Onze redacteur Joeri Pruys is op het Filmfestival van Cannes. Hij gaat het maken in de filmwereld namelijk, maar tot die tijd schrijft hij blogs over zijn low-budget zwerftocht over het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. In deel 3 spreekt hij Claudia Landsberger over de internationale filmmarkt op het festival, en komt hij Van Warmerdam tegen op de premièreparty van Borgman.

Voor een Nederlander is het dit jaar extra bijzonder om in Cannes te zijn. Borgman, de nieuwe film van Alex van Warmerdam, maakt kans op de Gouden Palm, als eerste Nederlandse film sinds 38 jaar die deze eer te beurt valt. Iedere Nederlander die ik spreek is trots en enthousiast. Cannes is dan ook het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. Maar het is niet alleen maar glamour. Cannes is ook een plek waar in films gedeald wordt, een festival voor inkopers en verkopers van films. Dat zie je vooral terug op de Marché du Film, waar producenten en distributeurs stands hebben om hun filmaanbod te slijten aan andere landen.

Matchmaker op de Marché

Claudia Landsberger, hoofd EYE International, is in Cannes om de Nederlandse filmindustrie daarbij te helpen, als ‘matchmaker’ tussen Nederlandse filmmakers en buitenlandse producenten en distributeurs. Ook wordt Borgman stevig gepromoot, middels advertenties in de internationale vakpers, een billboard in het centrum van Cannes en een busje met een Borgman-advertentie erop die door de stad rijdt. En na de première is er een groot Borgman-feest in een van de mooie boulevard-tenten. Want ‘de visibility moet groot zijn’, zegt Claudia. Het is Claudia’s tweeëntwintigste keer in Cannes en de achttiende keer als ambassadeur van de Nederlandse film. Er is een hoop veranderd in die tijd. ‘Het festival is enorm gegroeid, maar door de crisis zie je nu kleinere delegaties per land, die er niet het hele festival zijn.’

Claudia is enorm blij met de aandacht die Borgman genereert voor de Nederlandse film. Ziet ze de film ook als een mogelijke Oscar-inzending voor 2014? ‘Dat bepaalt de Nederlandse selectiecommissie. Ikzelf zie het zeker als een mogelijkheid. De Amerikanen die ik heb gesproken waren heel enthousiast. Alex van Warmerdams humor wordt niet door iedereen begrepen, maar deze film heeft ten opzichte van eerdere films van Alex wel iets extra’s. Dat is ook waarom hij voor Cannes is geselecteerd.’ Claudia zal vanavond op de première zijn, in galajurk. ‘Leuk hoor, de rode loper op, maar ik zou liever in mijn spijkerbroek gaan. Maar ja, dan kom ik er niet in.’

Er wordt in Cannes niet alleen in filmhuisfilms gedeald. Nederland biedt ook App aan, de thriller van Bobby Boermans met Hannah Hoekstra in de hoofdrol, en Frankenstein’s Army, een horrorfilm. Op het festival en in de Cannes-specials van de vakbladen wordt stevig geadverteerd voor de honderden films die distributeurs zoeken, zelfs voor een film met de titel Kamasutra 3D. Een film die weinig moeite zal hebben verkocht te worden is Inside Llewyn Davis van de Coen Brothers. Deze film over een uitgerangeerde folkzanger (Oscar Isaac) wordt door velen getipt als de Gouden Palm-winnaar. Een vermakelijke vertelling met een aantal hilarische momenten en een lange stoet kleurrijke bijrollen van onder meer Justin Timberlake en John Goodman.

Borgman!

Het is mij en mijn reisgenoot Sanne gelukt om kaarten te bemachtigen voor de première van Borgman. Het is prachtig en ook een beetje vervreemdend Alex van Warmerdam en Annet Malherbe op de rode loper te zien. On-Hollandse Glamour. In de rij staan veel Nederlanders, die net als ik benieuwd zijn naar de film én de reacties in de zaal. Wanneer het publiek tijdens de voorstelling de eerste keer luid lacht, ben ik dan ook opgelucht: de duistere humor slaat aan. Sterker nog, tijdens de scène waarin een kind iemands hoofd vermorzelt met een stoeptegel, begint een flink deel van het publiek te applaudisseren. 

De film gaat over Camiel Borgman (Jan Bijvoet), een harige, ongewassen man die stiekem onder de grond leeft in een bos, samen met enkele andere mannen. Als hij ontdekt wordt, is hij genoodzaakt bovengronds te leven. Aan de rand van het bos staat een kille, moderne villa waar een getrouwd stel woont (gespeeld door Hadewych Minis en Jeroen Perceval) met drie kinderen. Borgman weet middels een list onderdak bij ze te krijgen, en begint heel geleidelijk de macht over het gezin over te nemen, met hulp van de andere ondergrondse mannen, een vrouwelijke handlanger (Annet Malherbe) en diens assistent.

De meeste mensen die ik spreek na afloop zijn lovend tot lyrisch. Maar sommige bezoekers frustreert het dat sommige elementen in de film moeilijk of volstrekt niet rationeel te verklaren zijn. Bovendien waardeert niet iedereen de droge, absurde humor. Dit is een ‘love it or hate it’-film. Voor mij is het een van mijn favorieten op Cannes, prachtig geacteerd door Bijvoets en Minis en met beeldschoon camerawerk. De verwachting is evenwel dat de jury de Palm aan een minder controversiële film zal geven.

Sanne en ik hebben ook kaarten weten te bemachtigen voor het premièrefeest na afloop, in een van de luxe strandtenten. Er lopen veel bobo’s uit de Nederlandse film rond, en de sfeer is uitstekend. Alex van Warmerdam is het stralende middelpunt. Ik vraag hem waar de moderne villa staat waar het grootste deel van de film is opgenomen. Van Warmerdam vertelt dat hij deze zelf heeft ontworpen voor de film. ‘Ik heb de mise-en-scène heel precies in mijn hoofd als ik het script schrijf, dus dan is het makkelijker daar een woning omheen te ontwerpen dan te proberen een bestaand huis te vinden dat daaraan voldoet.’ De woning is gebouwd op een landgoed in Vogelenzang. Daar is ook De Laatste Dagen van Emma Blankopgenomen, zijn vorige film.

Over zijn kans op een Gouden Palm denkt hij zo weinig mogelijk na. Alex is erg blij met de nominatie, en die Palm, ach, dat zien we wel. ‘Maar ik heb al wel gehoord dat een aantal recensenten met een positieve recensie bezig zijn, dus wie weet.’

Eerder verschenen op Cineville.nl

Où est le McDonalds? #2

Onze redacteur Joeri Pruys is op het Filmfestival van Cannes. Hij gaat het maken in de filmwereld namelijk, maar tot die tijd schrijft hij blogs over zijn low-budget zwerftocht over het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. In dit tweede deel van zijn serie Cannes-voor-beginners leren we trucs voor gratis drankjes, maakt Nederland zichzelf te schande met stroopwafeltjes en keren Joeri en Sanne als verzopen katjes terug naar hun stapelbed.

Feike Santbergen is een jonge Nederlandse filmmaker wiens korte film Achterruit hier in Cannes te zien is. Dit is niet zijn eerste keer op het festival: een paar jaar is hij er geweest in het kielzog van een oudere producer. Zo heeft Feike alle prestigieuze plekken van het festival kunnen bezoeken, ook achter deuren die normaal gesproken gesloten blijven. Dit jaar is hij hier echter zonder zijn gids, dus moet hij, net als wij, zoeken naar de betaalbare, toegankelijke plekjes. Gelukkig heeft hij hulp van Sophie Kohn, een jonge Amerikaanse producer die met hem mee is om hun volgende film te pitchen aan producenten en financiers.

Ze vertellen me hoe deze pitches verlopen. Producenten huren een hotelkamer, bij voorkeur aan de boulevard, en richten daar een provisorisch kantoortje in. Je kunt als filmmaker een afspraak maken om gedurende een half uurtje je filmplan aan de producent te pitchen en zijn vragen te beantwoorden. Feike verwacht niet dat hij tijdens het festival een producent zal vinden. Wel ziet hij het als een goeie manier om zijn verkoopverhaal aan te scherpen op basis van de feedback die hij krijgt, en misschien contacten op te doen die hem op langere termijn zullen helpen.

Gratis Nespresso

Feike laat het pitchen trouwens aan Sophie over, die heeft daar wat meer ervaring in. Hij laat Sophie ook kiezen waar ze eten en drinken, want als hij dat zou bepalen, zou hij binnen twee dagen zijn budget erdoor gejaagd hebben. Sophie weet goed hoe je je Cannes-tripje betaalbaar houdt. Broodjes op straat kopen, natuurlijk, bij een van de vele panini- of pannenkoekenkraampjes. Maar haar belangrijkste tip is: zorg ervoor dat je hier bent met een ervaren Cannes-bezoeker die mensen kent én geld heeft. Dat zorgt ervoor dat je nog wel eens een gratis drankje aangeboden krijgt. ‘Because when you’re rich, everything is free.’

Ook als je geen rijke mensen kent, is Cannes betaalbaar te houden. Sanne Kortooms, de filmmaker die me in Cannes rondleidt, tipt me dat je verstopt achterin het Palais gratis Nespresso kunt drinken. Het is ons elke dag nog gelukt om met een heel bescheiden budget goed te eten. Aan de andere kant van de haven, op tien minuten lopen van het Palais, vind je een lange rij betaalbare restaurants. Ze hebben allemaal ongeveer hetzelfde aanbod, dus veel Frans heb je niet nodig om de menukaart te lezen.

Licht en zwaar in Un Certain Regard

Buiten de films die in competitie zijn voor de Gouden Palm kun je natuurlijk naar films in ‘Un Certain Regard’. The Bling Ring, de nieuwe film van Sofia Coppola, zit in deze reeks. Het kost ons enorm veel moeite om de zaal binnen te komen, want Coppola is populair in Cannes. Het blijkt een luchtige, komische film met een ontzettend vette soundtrack. Emma ‘Hermione’ Watson speelt een jong verwend meisje in L.A, dat samen met wat verveelde vrienden inbreekt bij sterren (zoals Paris Hilton en Megan Fox) om kleding en juwelen te stelen. Watson’s ‘valley’-accent is vlekkeloos, en ze blijkt een komische rol prima aan te kunnen. Het waargebeurde verhaal is wat te dun voor anderhalf uur, maar het is een vermakelijke film met prachtig production design. De film is opgedragen aan director of photograpy Harry Savides, die tijdens de opnames overleed.

De film erna is ook van een vrouwelijke regisseur: Miele, gemaakt door de Italiaanse Valeria Golino. Jasmine Trinca speelt Miele, een vrouw die uit ethische overwegingen illegaal euthanasie toepast op terminale patiënten. Een van haar patiënten is niet terminaal, maar zwaar depressief. Zal ze hem helpen? Wat is haar verantwoordelijkheid? En waarom wil de man eigenlijk dood? De film beantwoordt deze vragen op een creatieve manier en is heel mooi geschoten, maar is soms net te afstandelijk en praterig om je door de zware kost heen te slepen. Desondanks wordt het onderwerp euthanasie op een subtiele, indrukwekkende manier aangesneden.

Jimmy P, een film van Arnaud Desplechin en in competitie voor de Gouden Palm, is ook een praatfilm, maar dan voor een groter publiek. Benicio Del Toro is een Blackfoot-indiaan die heeft gevochten in de Tweede Wereldoorlog. Hij heeft last van hoofdpijnen, duizeligheid en een waslijst aan andere kwalen, en gaat in analyse bij Georges Devereux (Mathieu Almaric), een antropoloog en psychotherapeut die hem probeert te genezen maar zelf ook zijn problemen heeft. Del Toro en Almaric zijn een mooi contrasterend acteursduo (een stille indiaan en een aandachtsgeile therapeut), en de muziek van Howard Shore is intens prachtig.

Katjes in Cannes

We proberen ook bij Le Passé binnen te komen, van regisseur Asghar Farhadi (A Separation). Maar helaas, de zaal is vol. We hebben voor niets ruim een uur in de stromende regen gestaan, samen met zo’n honderdvijftig andere verzopen katjes. Het Lowlands-gevoel in Cannes. Onze schoenen staan vol water, dus we gaan even terug naar het appartement om droge kleren aan te trekken.

Sanne en ik gaan nog naar de landenpaviljoens; na zessen wordt er op die locaties flink geborreld en kun je er gratis hapjes snaaien. Bij het Nederlandse paviljoen grijpen we mis, want daar hebben ze alleen maar een schaaltje mini-stroopwafels staan, en er wordt geen drank geserveerd. Het paviljoen van Qatar blijkt daarentegen een schot in de roos: champagne en oliesjeikwaardige hors d’oeuvres. Het feestelijke Cannes-gevoel is weer helemaal terug. En het festival is pas halverwege!

Eerder verschenen op Cineville.nl

Où est le McDonalds? #1

Onze redacteur Joeri Pruys is op het Filmfestival van Cannes. Hij gaat het maken in de filmwereld namelijk, maar tot die tijd schrijft hij blogs over zijn low-budget zwerftocht over het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. Geen jachten, champagnefonteinen of topless dames op het strand, maar gratis borrels en de zoektocht naar de goedkoopste kroeg: Cannes voor beginners.

Elk jaar trekken zo’n 25.000 bezoekers (voornamelijk filmprofessionals en pers) naar de Middellandse Zee en strijken neer in een van de extreem luxe hotels. Grote regisseurs en wereldsterren bezetten met hun limousines en goedgeklede entourage de boulevards, hotelkamers en sjieke nachtclubs. Maar niet alleen de groten der aarde bezoeken Cannes. Ook een verbazingwekkend aantal jonge, beginnende filmmakers doet Cannes aan. Zij gaan niet naar de feestjes in de jachthaven, zij flaneren niet over de tien meter brede rode loper. Ze weten de geheime plekjes, de goedkope feestjes, tenten waar je goed kan eten voor een habbekrats. 

Tijdens mijn Cannes-bezoek trek ik op met filmmaker Sanne Kortooms. Ze is een ervaren bezoeker: dit is al de vierde keer dat ze gaat. Ze kent alle plekjes, shortcuts en manieren om aan kaartjes te komen. We zitten in een knus appartement met een stapelbed, net buiten Cannes, want les nummer 1 voor low-budget-Cannes: je kunt niet in een hotel in de stad zitten. Onbetaalbaar. Het eerste jaar is Sanne zelfs met een tentje gegaan. Dat beviel net iets minder. Want hoe moet je dan je pak of galajurk uithangen? Zo’n sjieke uitdossing heb je nodig. Dat heb ik geweten; ik werd op dag 1 al uit de rij van een rodeloperpremière geplukt en moest me verantwoorden: waarom ik het lef had in een blauw pak te komen in plaats van een glimmende zwarte tuxedo?. Gelukkig kneep de fashion police na wat handen-en-voeten-Frans een oogje dicht.

Short film en shortcuts

Sannes korte film Verbonden is opgenomen in de Short Film Corner van Cannes. Als je film wordt geselecteerd, krijg je twee vrijkaarten voor het hele filmfestival. En ja, je mag dan ook naar galapremières, mits je genoeg punten hebt opgespaard. Voor elk uur dat je op het festival bent, krijg je namelijk twee punten, die je mag gebruiken om kaarten te reserveren op een van de computerterminals in het Palais des Festivals, het centrum van het festival. Als je punten op zijn, kun je altijd nog de last minute-rij proberen.

In de Short Film Corner stikt het van de jonge filmmakers, die allemaal op zoek zijn naar een plekje om hun filmposter op te hangen, in de hoop op te vallen bij een producent of distributeur. Iedereen kan iemand zijn. Sanne weet dat het tussen vijf en zes Happy Hour is in de Short Film Corner. De drank is dan gratis, dus het is stampvol. Een mooie manier om te spreken met jonge filmmakers uit alle landen ter wereld. Terwijl de sterren cocktails van vijftig euro nippen aan de boulevard, drinken wij gratis bier uit een flesje in de kelder van het Palais. Verschil moet er zijn.

Het Palais is een doolhof. Welke ingang mag ik wel in met mijn pasje en welke niet? Gelukkig weet Sanne feilloos de weg. Ze kent zelfs shortcuts via nauwe gangetjes waar vrijwel niemand loopt, waardoor je in no-time het paleis doorkruist en sneller kan aansluiten bij de lange rijen voor de zalen. Het belangrijkste gangetje, die ze de Jack Bauer-gang noemt vanwege zijn ruige look, komt uit op de artiesteningang vlak bij de last minute-rij voor de hoofdzaal. Deze artiesteningang is oogluikend toegankelijk voor het publiek, als er geen première is. Sjieke bezoekers weten dat niet. Sanne vertelt dat ze enkele jaren geleden in het toilet stond dichtbij deze ingang, en oog in oog kwam te staan met Mick Jagger. En deze gang is ook de plek waar ze een knipoog kreeg van Ryan Gosling.

Paraplu’s en competitiefilms

Sanne leidt me buiten rond, in de buurt van het Palais. Het stortregent, dus we worden continu in ons hoofd geprikt door paraplubaleinen. We laten de menigte achter ons, en even buiten de gebaande paden blijkt een plek te zijn waar je voor tien euro een heerlijke pizza kan eten. We lopen daarna even naar de haven, waar een enorme tent klaarstaat voor het The Great Gatsby-feest, de openingsfilm van het festival. Zo’n feest zit er niet in tijdens een low-budget Cannes-tripje, dus we houden het bij een Irish pub.

De volgende dag zien we Jeune & Jolie, de nieuwe film van François Ozon, over een zeventienjarige die haar seksualiteit ontdekt en besluit callgirl te worden, terwijl ze nog bij haar ouders woont. Een wat oppervlakkige film, die op sommige punten niet erg geloofwaardig is. De reactie van het publiek is lauw. Maar de film is ‘in competitie’ dus maakt kans op de Gouden Palm. Ik geef de film weinig kans, aangezien de juryvoorzitter dit jaar Steven Spielberg is. Ik stel me zo voor dat hij liever een minder pikante film laat winnen.

Ook Heli, een Mexicaanse film, is in competitie voor een Palm. Ik hoop dat hij in Nederland zal draaien, want hij is prachtig. De daverende ovatie duurde dan ook zowat de hele aftiteling. Regisseur Escalante en acteurs Armando Espitia en Andrea Vergara (12 jaar oud) waren zichtbaar geëmotioneerd door deze waardering van het publiek. De film draait om een gezin dat in aanraking komt met een extreem gewelddadige drugsbende. Het is zo’n film die niet schuwt ook de meest onsmakelijke misdaden waartoe deze criminelen in staat zijn te tonen. Wederom niet echt Spielberg-materiaal, maar de film is zo goed geacteerd en in beeld gebracht dat ik Heli desondanks zie als kanshebber.

Even netwerken

De hele stad is aangekleed om dit internationale feestje te faciliteren. Er hangen grote zwart-witfoto’s van sterren op de bushokjes. Ik spot meerdere permanente gevelbeschilderingen met filmthema’s. En naast de Gouden Palm-competitie zijn er nog vele andere filmactiviteiten. Zoals de Semaine de la Critique, films die door critici zijn geselecteerd. Ik spreek Cyril Bel Ange, een tolk die werkt voor de Semaine de la Critique. Hij is ook scenarioschrijver, en vertelt hoe nuttig Cannes is, juist voor jonge filmmakers. Je kan heel makkelijk met producenten in contact komen. Zo trapte hij een jaar geleden op de tenen van een dame op een feestje. Ze bleek een ervaren producent, op zoek naar goeie scripts. Nu produceert ze zijn volgende korte film.

Ook Herman Slagter, Nederlands film- en televisieproducent, beaamt dit. Juist voor jonge filmmakers is Cannes ideaal. Je kan je filmplannen pitchen op speciale sessies, netwerkborrels aflopen en stands van filmproducenten bezoeken om een DVD’tje achter te laten van je werk. Hij raadt Nederlandse filmmakers aan ook met andere Nederlanders in contact te komen op het festival: iedereen is benaderbaar, ook de grote jongens. Hij ziet dan ook steeds meer Nederlandse filmmakers naar Cannes komen, ‘de gevestigde namen, maar ook de cowboys.’

Sanne en ik sluiten de twee eerste dagen af met een niet-zo-low-budgetfeestje, in de VIP Room aan de boulevard. Het goedkoopste drankje is een blikje Red Bull: 20 euro. Het stikt er van de miljonairs, gisteren was Justin Timberlake een van de bezoekers. We blenden uiteindelijk toch best goed in de menigte, en wagen ons zelfs nog op de – draaiende – dansvloer. We houden het bij één drankje, om geld te besparen. Morgenochtend maar weer ontbijten met supermarktstokbrood van gisteren.

Eerder verschenen op Cinevile.nl