‘Aan de Redactie!’ – de grieppandemie van 1918

‘Heilig’ noemde premier Rutte het corona-advies van het Outbreak Management Team (RIVM). Toch is er veel kritiek op de adviezen van het team. Want de strategie die Rutte volgt – het coronavirus niet krachtig indammen maar laten ‘voortkabbelen’ zoals OMT-lid Ann Vossen het noemde – lijkt te gaan resulteren in het onnodig overlijden van duizenden mensen. Alleen de grieppandemie van 1918, die in Nederland aan 60.000 mensen het leven kostte, is ermee te vergelijken.

Dr. H.G. Ringeling (Stadsarchief Amsterdam / Vereenigde Fotobureaux N.V.)

Wat was destijds de strategie, welke experts gaven adviezen en welke kritiek was er? We richten onze blik op Amsterdam, omdat juist hier de gemeente toen koos voor een beleid dat lijkt op het coronabeleid van Rutte: voortkabbelen. Of, zoals de Amsterdamse arts M.L.H.S. Menko het beleid sarcastisch beschreef in een ingezonden brief aan het Algemeen Handelsblad: Gods water over Gods akker laten lopen.

De Amsterdamse kabbelstrategie was niet typisch voor heel Nederland, want volksgezondheid anno 1918 was vooral een gemeentezaak. De landelijke overheid zelf deed, zoals historicus Eric Mecking schrijft in zijn boek Het Drama van 1918, niet veel meer dan het verhogen van het broodrantsoen en het instellen van een algemene biddag. De rest mochten burgemeesters en wethouders beslissen. En dat heeft Amsterdam geweten.

Op 10 juli 1918 kwamen de eerste rapporten van Nederlandse influenzagevallen vanuit Zevenaar. Het duurde niet lang voordat het virus ook Amsterdam trof; de eerste berichten zijn van 29 juli. Maar de urgentie was in het begin laag. Arts A. Norden stelde in een brochure nog luchtig dat de ziekte ‘een goedaardige’ was – gewoon een griepje.

Toen in het najaar van 1918 een tweede, grotere golf besmettingen opkwam, werd steeds duidelijker dat de ziekte onderschat was. In Amsterdamse volkswijken sloeg het virus wild om zich heen. En publieke beroepen werden hard getroffen: onder trambestuurders, politieagenten en personeel van de centrale keuken vielen talloze slachtoffers.

In het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis was de impact enorm, niet alleen doordat de bedden vol kwamen te liggen met influenzapatiënten. Historicus Jurjen Vis beschrijft in Onder uw bescherming dat 62 van de 140 zusters ziek werden en dat er elf overleden. Op één dag stonden vijf zusters naast elkaar opgebaard in de De Profundiskapel.

Kritiek in de krantenkolommen

De kritiek vanuit de Amsterdamse bevolking kwam op stoom. Maar Twitter en tv bestonden nog niet – men moest het hebben van de krantenkolommen. De ingezonden brieven waren talrijk en gingen meestal over de gemeentelijke aanpak die niet veel meer inhield dan het advies de hygiëne te bewaken. Andere steden waren voortvarender. Zo werden in Rotterdam en Den Haag de scholen gesloten en in Assen mocht in de cafés niet langer gedanst worden.

Amsterdammers namen toen zelf maar de beslissing openbare gelegenheden te mijden en activiteiten af te gelasten. Zo kelderde het kerkbezoek en werd het negentigjarig bestaan van de Koninklijke Militaire Academie afgeblazen. Ook was de première in het Grand Théâtre van De Wijze Kater, het nieuwe toneelstuk van Herman Heijermans, niet uitverkocht. Een halfvolle zaal voor Heijermans behoorde tot de rariteiten der hoofdstad,  aldus tijdschrift De Kunst.

Het openhouden van openbare gebouwen gebeurde op advies van dr. H.G. Ringeling, bacterioloog en directeur van de Gezondheidsdienst van Amsterdam. Ringeling – een nukkige man zoals ook OMT-baas Jaap van Dissel – was de enige officiële adviseur inzake de grieppandemie voor het stadsbestuur. Er was een tweede gezondheidsorgaan, de Geneeskundige Dienst, maar die mocht niet aan tafel. Net als momenteel het OMT heilig is voor Rutte, was in 1918 de Gezondheidsdienst heilig voor burgemeester Tellegen en zijn wethouders.

Algemeen Handelsblad van 5 november 1918

Ringeling ging dwars tegen de adviezen van externe experts in. De gemeente hield ruggespraak met zes schoolartsen en vijf ervan verklaarden schriftelijk dat ze ‘niet langer de verantwoordelijkheid wenschen te dragen van het niet-sluiten der scholen’. Toch adviseerde Ringeling de scholen open te houden, want ‘bij de overbevolking der woningen zal de besmettingskans, als de scholen gesloten worden, zeker niet geringer zijn dan thans op de scholen’. 

De boze ingezonden brieven spoelden binnen op de krantenredacties. Vooral artsen ageerden tegen Ringeling. ‘Alle bijeenkomsten in gebouwen – in scholen en in publieke vermakelijkheden – behoren in het belang van de volksgezondheid stop te worden gezet. Hoezeer juist het bijeenbrengen der kinderen in klassen de verspreiding in de hand werkt blijkt hieruit, dat in enkele klassen haast alle of 50% der kinderen ziek zijn, in andere zeer weinig’, aldus een anonieme Amsterdamse arts in het Algemeen Handelsblad.

Dr. Th. Hammes sloot zich daarbij aan: ‘Ik spreek vele collegae en allen zijn het eens met mijn opvatting en tegen de Uwe in, dat de scholen al lang gesloten hadden behooren te zijn.’ Hammes adviseerde bovendien om scholen grondig te ontsmetten.

Schijnmaatregel

Ringeling reageerde daarop hoogstpersoonlijk middels een ingezonden brief aan Hammes. ‘Ik begin met U mijn compliment te maken dat U, in tegenstelling met verschillende medici anonymi, Uw naam zet onder Uw advies (…). Dat anonieme geadviseer is dunkt mij meestal te beschouwen als het uitvloeisel van een onvaste opinie.’ 

Ontsmetten van scholen vond hij te ver gaan, aangezien er een tekort aan middelen was. Volgens hem zou dit bovendien een schijnmaatregel zijn, bedoeld om ‘het angstig gemaakte publiek een gevoel van gerustheid te suggereren’.

Algemeen Handelsblad van 13 november 1918

En het sluiten van scholen, dat was volgens Ringeling helemaal onbespreekbaar, omdat dan de roep om de sluiting van commerciële gelegenheden zoals bioscopen, banken en cafés meteen zou volgen. ‘We zouden de menschen van elkaar verwijderd moeten houden. Het is duidelijk, dat het nemen van zulke maatregelen tot de volstrekte onmogelijkheden behoort.’

Ondanks de kritiek van Amsterdammers bleven B en W trouw het kabbelbeleid volgen, zelfs toen artsen met berichten kwamen dat de Spaanse Griep gepaard ging met ernstige complicaties die nog nooit eerder waren waargenomen. De huid van sommige patiënten werd zwart en soms liepen de longen van stervende mensen ineens vol met bloed.

De kranten berichtten nauwelijks over deze nieuwe inzichten. Het Algemeen Handelsblad volgde inmiddels de raad op van een arts die vond dat ‘de medici beter deden zulke zaken in hun vakbladen te bespreken en niet in de dagbladpers’.

De volledige omvang van de ramp werd dus pas duidelijk toen de grote golf besmettingen voorbij was. De scholen waren die gehele periode open gebleven en een rapport van de Gezondheidsdienst dat uitsluitsel had moeten geven over de risico’s voor kinderen (vertraagd doordat de onderzoeker zelf ziek was geworden) verdween in een la.

Duizenden doden

In december begon in de krantenkolommen de discussie over hoe Amsterdam het had gedaan – en hoe het beter moest in de toekomst. Want de Amsterdamse strategie had vermoedelijk tot duizenden extra doden, enorme economische schade en grote maatschappelijke onrust geleid.

Het Algemeen Handelsblad publiceerde eind 1918 de woorden van raadslid Nuyens, die vond dat de toestand van de gemeentelijke hygiëne zorgwekkend was. ‘Komt er een [nieuwe] epidemie, bijvoorbeeld van roodvonk, dan hebben wij hier geen bed over.’ Over de rol van Ringeling werd evenwel niet gesproken; die ontsprong de dans. Ringeling zou pas in 1923 boos zijn ambt neerleggen toen zijn Gezondheidsdienst gedwongen werd te fuseren met de Geneeskundige Dienst.

In 1931 overleed Ringeling. Zijn overlijdensbericht in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde verzwijgt zijn falen in de grieppandemie, maar is wel kritisch op zijn tunnelvisie: ‘zijn eens gevormde meening verdedigde hij met alle middelen van een krachtige overtuiging en onder zijn rustige uiterlijk borrelden geregeld verontwaardiging of ergernis’.

Was Amsterdam beter uit de grieppandemie gekomen zonder de nukkige Ringeling? Het lijkt er in ieder geval sterk op. In de woorden van de eerder aangehaalde Amsterdamse arts Menko: ‘de gulden regel “voorkomen is beter dan genezen” is door onze overheid in deze, zoo droevige zaak, niet betracht.’

Eerder verschenen in IJopener Magazine. Voor dit artikel is onder meer gebruik gemaakt van de krantenarchieven op www.delpher.nl.