Interview: Annet Malherbe over Borgman (2013)

borgman-thumb-630xauto-38617In welk jaar werd voor het laatst een Nederlandse film genomineerd voor een Gouden Palm in Cannes? Tot een paar maanden geleden was het antwoord 1975, en de film was Mariken van Nieumeghen van Jos Stelling. Maar zoals Nederlandse filmkenners weten, is dat Triviant-kaartje aan een herdruk toe: dit jaar draaide Borgman mee in de Gouden Palm-competitie. Mooi nieuws voor de Nederlandse film dus.

Op het strand van Cannes, de dag na de wereldpremière, praat ik met Annet Malherbe over haar langdurige samenwerking met Alex. Al in zijn eerste film, Abel (1986), speelt Annet een rol, en Borgman is inmiddels de zevende van zijn films waarin ze acteert. Ze verzorgt vaak de casting en speelt regelmatig in de theaterstukken die hij schrijft en regisseert. Ik ben benieuwd: kan Annet me inzicht geven in Alex’ werkwijze? En welke invloed heeft zij eigenlijk op zijn scheppingsproces, als actrice, casting director en echtgenote?

Het is lang geleden dat een Nederlandse film zoveel internationale aandacht kreeg. Het moet voor jou en Alex erg bijzonder, en misschien ook wel wat vervreemdend zijn, om ineens zo in de spotlight te staan.

‘Ik vind het prachtig hoor, om zoveel positieve reacties te krijgen. Dat is toch mooi voor Alex en zijn film. Vooral vanuit Nederland komt natuurlijk heel veel enthousiaste respons. Iedereen is er zo blij mee. Het is net alsof er een prinsesje is geboren.’

Borgman is in veel opzichten een typische Van Warmerdam. Duister, komisch en surrealistisch. Heb jij inzicht in hoe hij tot zijn verhalen komt?

‘Weinig hoor. Hij praat tijdens het schrijfproces vooral veel tégen mij, niet mét mij, en ik reageer dan een beetje op wat hij vertelt. Wat hij er vervolgens mee doet, is zijn zaak. In het geval van Borgman kreeg ik het scenario pas van hem toen het al af was.’

Vond je het wat?

‘Zeker! Ik werd tijdens het lezen meteen heel enthousiast. Het scenario is een echte pageturner. Ik was voortdurend benieuwd hoe het zou aflopen. Alex vond dat gek om te horen, omdat hij zich er tijdens het schrijven niet bewust van was dat het die kant op zou gaan.’

Je bent ook casting director van veel van zijn films. Hoeveel invloed heb je in die functie op Alex’ films?

‘Aardig wat, denk ik. Hadewych Minis in de rol van Marina was mijn idee, bijvoorbeeld. Toen ik het scenario las, dacht ik meteen aan Hadewych. Alex wilde nog allerlei andere opties bekijken, dus dat hebben we ook gedaan. Maar tijdens dat hele proces bleef ik zeggen: Hadewych is het. En uiteindelijk is zij het ook geworden.’

In veel van Alex’ films speel je zelf ook een rol. In Borgman ben je Brenda, een soort handlanger van Borgman en zijn kornuiten. Schrijft Alex die rollen speciaal voor jou, of word je later gecast?

‘Die rollen schrijft hij met mij in zijn hoofd. Maar ik ben er altijd heel duidelijk over dat hij zich nooit verplicht moet voelen om mij in zijn films te schrijven. Ik zou me daar ook helemaal niet gemakkelijk bij voelen. Nee zeg. Ik heb genoeg ander werk, dus ik ben niet van Alex afhankelijk.’

Het lijkt me lastig om door je eigen man geregisseerd te worden.

‘Nee, helemaal niet. We houden het altijd professioneel. Wel halen we af en toe goeie grapjes uit op de set. Dan doe ik net alsof ik zijn regie niet accepteer en zeg ik zoiets als: “Nee, dat is echt een stom idee”, of “Je moet je mond houden jij!” Als de cast en crew doorheeft dat we niet echt ruzie hebben, wordt er altijd heel erg om gelachen. Echte ruzie op de set, daar doen we niet aan. Als ik écht ergens een ander idee over heb, dat bespreek ik dat liever privé met hem, na de draaidag. Niet op de set. Ik denk dat we wat dat betreft een goed team zijn. Ik wil gewoon dat Alex een goeie film kan maken. Het is zijn visie, en ik help hem die te verwezenlijken.’

Hij speelt zelf ook regelmatig een rol in zijn eigen films. Schrijft hij die rollen ook voor zichzelf?

‘Meestal wel. Hij schrijft zijn rollen zo dat hij ze zelf goed kan spelen, met zijn, nou ja, beperkingen als acteur in zijn achterhoofd. Om te weten hoe het zal klinken, zegt hij zijn dialogen hardop terwijl hij ze zit te schrijven. Dan weet hij zeker dat hij ze goed uit z’n mond kan krijgen en de rol goed kan spelen.’

‘Het werkt niet altijd zo. Bij De Laatste Dagen van Emma Blank was het juist mijn idee als casting director dat hij de hond zou spelen. Hij vond dat eerst maar niks, het leek hem heel raar om dat te doen. Daar hebben we veel discussie over gehad. Ik bleef maar roepen: “Dat moet jij doen man! Dat wordt prachtig!” En hij bleef maar volhouden: “Nee, dat ga ik echt niet doen, ben je mal!” Maar uiteindelijk heb ik gewonnen.’

Borgman lijkt een voltreffer te zijn.

‘Zeker, daarom zijn we nu hier beland, in Cannes! Er zijn 1850 films ingestuurd naar het festival dit jaar, dus we zijn er echt heel blij mee dat we geselecteerd zijn. Maar goed, we blijven er verder heel nuchter onder. Iedereen is er nogal onder de indruk van dat we nu eventjes in één adem genoemd worden met Soderbergh en de Coens, maar wij zien hen als een stel jongens die ook maar gewoon lekker bezig zijn met films maken, net als wij. We maken ons er verder niet zo druk over.’

Hollandse nuchterheid. 

‘Ja, een beetje wel. Aan de andere kant heb ik wel altijd het gevoel gehad dat we iets bijzonders aan het maken waren. Borgman is in alle opzichten een opmerkelijke film, waarin aan elk detail aandacht is gegeven. Want dat doet Alex. Elk miniem detail van het production design wordt door hem zelf beoordeeld. Dat voegt enorm veel toe aan de kracht van de film. Elk detail klopt.’

Het huis is special voor de film gebouwd in Vogelenzang. Staat het er nu nog?

‘Nee. Het was van bordkarton, platen hout. Er was geen riolering, geen wateraansluiting, niks. Alles was nep. Zo tegen het einde van de shoot heeft het een paar keer stevig geregend en toen is al het hout gaan kromtrekken. Dat was het einde van het huis. Maar goed, zo’n huis mag je niet eens echt als woonhuis bouwen in Nederland. De overheid heeft zelfs regels voor waar je wel of niet een stopcontact mag aanleggen in een muur. Gelukkig konden we voor de film doen wat we wilden.’

Het huis is ontworpen door Alex zelf.

‘Klopt. Je ziet de hand van Alex in alles. Kostuums, grime, art direction. Het is geen invuloefening gebaseerd op andere films of bekende genres. Alex heeft zijn eigen manier van werken, zijn eigen manier van verhalen vertellen. Hij is een kunstenaar, weet je. Hij wil niet dat ik dat zeg want hij wordt nogal ongemakelijk van dat woord, maar dat kan me niet schelen.’

Zijn films zijn daardoor soms moeilijk te doorgronden.

‘Tja, dat is dan maar zo. Mensen zijn tegenwoordig veel teveel gewend om hapklare brokken te krijgen. Kijkers van Borgman moeten een beetje werken, hun hoofd gebruiken. Dat is goed.’

Ik kan me voorstellen dat jij meer begrijpt van wat hij met zijn films wil vertellen.

‘Ik denk het niet. Alex en ik praten nooit over over zulke dingen. Het waarom van zijn verhalen, daar vraag ik niet naar. Het is wat het is. Ik kijk gewoon naar wat er geschreven is in het scenario, en als acteur moet ik het daarmee doen. De invulling van de rol, dat is mijn werk. Ik doe er iets mee, met de woorden die hij schrijft, maar dat is mijn eigen proces. Het waarom van de hele film, daar bemoei ik me niet mee. Dat laat ik aan Alex over.’

‘Maar ik ben daar wel heel praktisch in, hoor. Als Alex iets specifieks van me wil als actrice, dan zeg ik: “Oké, doe maar voor dan. Laat maar zien hoe moet ik kijken, wat ik moet ik voelen.” En dan doet ‘ie het voor. Film is dan ook iets heel anders dan theater, waar je de complete boog van een personage tijdens een hele voorstelling moet vasthouden. Film wordt in kleine stukjes opgenomen. Ik hoef het maar één keer goed te doen, en dat staat het er op, voor de eeuwigheid.’

Eerder verschenen op Cineville.nl