The Iceman (2012)

icemcanIn 2003 werd de paper ‘Disordered personalities at work’ gepubliceerd, geschreven door Belinda Board en Katarina Fritzon. Ze beschrijven daarin dat topmensen in het bedrijfsleven vaak persoonlijke eigenschappen gemeen hebben met psychopaten, zoals oppervlakkige charme, egocentrisme en meedogenloosheid.

Het onderzoek van Board en Fritzon past in een trend in de moderne psychiatrie, waarin categorisatie van psychische aandoeningen minder zwart-wit is geworden. We plakken niet meer zo gauw etiketten op mensen met psychische problemen. Hysterische karaktertrekken worden tegenwoordig vaak symptomen van een conversiestoornis of somatisatiestoornis genoemd, een borderliner lijdt nu aan een emotionally unstable personality disorder en een ouderwetse neurose bestaat zelfs helemaal niet meer, volgens de gezaghebbende International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems.

Daar zijn ten minste drie redenen voor: de ouderwetse classificaties zijn vaak achterhaald door ontdekkingen in de neurowetenschap; de oude benamingen zijn soms stigmatiserend (hysterie); maar bovenal: er bestaat niet zoiets als dé psychopaat of schizofreen. Elke psychische aandoening is feitelijk een gebrek aan evenwicht in menselijke karaktertrekken. Iedereen is op zijn minst een beetje neurotisch, hysterisch en schizofreen. Iedereen scoort wel een paar punten op de psychopathie-checklist van Robert D. Hare. Dat betekent niet meteen dat we allemaal een Hannibaleske muilkorf hoeven dragen.

In The Iceman, geregisseerd door Ariel Vromen, zie je een effect van deze tendens naar nuance. De film vertelt het waargebeurde verhaal van Richard Kuklinski, huurmoordenaar en familieman (gespeeld door Michael Shannon, geweldig als altijd). Hij heeft meer dan honderd mensen om zeep geholpen, ofwel in opdracht van de maffia, ofwel om zijn geheime carrière verborgen te houden. Zijn gezin met drie kinderen (in de film twee) wist al die jaren van niets. Zijn vrouw (in de film gespeeld door Winona Ryder) dacht dat hij iets deed in de valutahandel.

Op YouTube zijn lange interviews met de echte Iceman te zien, opgenomen nadat hij gepakt en veroordeeld was voor drie van zijn hit jobs. Je ziet hem kalmpjes praten over hoe makkelijk hij mensen vermoordde, zonder schaamte of wroeging. De vervelendste momenten in de interviews zijn misschien wel wanneer hij begrijpt hoe sensationeel zijn verhalen overkomen op de kijker, en daarom de naarste details nog even heel blasé benadrukt, voor het effect. Een paar keer zie je hem evenwel kort worstelen met zijn gebrek aan empathie; hij lijkt dan toch in te zien dat zijn manier van leven fout is geweest. Maar het gevoel bekruipt je al gauw dat hij dit zegt uit berekening. Wat zou hij gezegd hebben als hij niet gepakt was?

Gekke ander

Michael Shannon heeft duidelijk goed naar deze video-interviews gekeken voor zijn rol. Zijn mimiek en dictie lijkt enorm op die van Kuklinksi. Maar de draai die hij aan Kuklinski geeft is beslist niet gebaseerd op feiten. De echte Kuklinski is een monster met een zeer beperkt gevoelsleven, iemand wiens hersenen duidelijk defect zijn: een platte karikatuur van een psychopaat. Shannon maakt van The Iceman daarentegen een mens in conflict met zichzelf, iemand met goede en slechte kanten, die alles wil opgeven voor vrouw en kroost.

Dat is een slimme strategie. Het geeft regisseur Vromen de mogelijkheid van The Iceman de hoofdpersoon te maken met wie je meeleeft, in plaats van de in-en-in slechte antagonist die gepakt moet worden door een of andere heldhaftige detective.

Een film als The Iceman zou enkele decennia geleden zeer controversieel zijn geweest. In Peeping Tom (1960) bijvoorbeeld, is de hoofdpersoon een eenzame, meelijwekkende filmmaker die in zijn vrije tijd hoertjes vermoordt. De enorme controverse rondom die film betekende bijna het einde van de carrière van meester-regisseur Michael Powell. Of neem A Clockwork Orange (1971), die 27 jaar lang niet vertoond is in Engeland. Nee, de psychopaten van weleer moesten op afstand van de kijker blijven, zoals Norman Bates in Psycho (1960). De gek, dat is de ander. Identificatie was taboe.

De moderne psychiatrie leert ons dat we allemaal eigenschappen gemeen hebben met psychopaten, hysterici en borderliners. Het heeft geen zin bang te zijn voor monsters, omdat we allemaal kleine stukjes monsterlijkheid in ons herbergen. We scoren misschien niet zo hoog op de psychopatenschaal als Kuklinski, maar we zijn allemaal wel eens gemeen, impulsief of zelfs gewelddadig.

Dat inzicht levert enorm interessante hoofdrollen op. We hoeven niet meer door de ogen van een moreel superieur hoofdpersonage naar de slechterik te kijken, zoals in The Silence of the Lambs (1991) en Se7en (1995) nog wel het geval was. De waanzinnige mag nu de hoofdpersoon zijn. We leven graag met Michael Fassbender als seksverslaafde mee in Shame (2011), beleven de wereld via de ogen van Jason Bateman in American Psycho (2000), en (spoiler alert!) ontdekken samen met Leonardo DiCaprio dat hij een beetje in de war is in Shutter Island (2010). Daaraan is nu The Iceman toegevoegd: een fascinerend fictief monster dat realistischer is dan de werkelijkheid.

Eerder verschenen op Cineville.nl