Où est le McDonalds? #4

Onze redacteur Joeri Pruys is op het Filmfestival van Cannes. Hij gaat het maken in de filmwereld namelijk, maar tot die tijd schrijft hij blogs over zijn low-budget zwerftocht over het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. In zijn vierde en laatste blog spreekt hij Annet Malherbe, ziet hij bedelende mannen in pak, en natuurlijk Soderbergh’s Behind the Candelabra, Franco’s As I lay Dying en Winding Refn’s Only God Forgives.

De dag na de première van Borgman spreek ik met Annet Malherbe aan het strand van Cannes. Ze speelt een rol in de film, en is getrouwd met de regisseur, Alex van Warmerdam. Ze lijkt nogal nuchter te blijven onder alle aandacht voor de film, maar vindt het toch ook wel heel leuk dat de filmwereld Borgman omarmt. “Het is net alsof er een prinsesje is geboren.”

Of de film kans maakt op de Gouden Palm durft ze niet te zeggen. Het maakt haar ook niet zoveel uit. ‘Het is sowieso leuk dat we meedingen. Iedereen is er heel erg van onder de indruk dat we tussen Steven Soderbergh en de Coen Brothers staan. Maar ik en Alex zien dat gewoon als jongens die net als wij films aan het maken zijn.’ (het complete interview met Annet verschijnt natuurlijk nog op Cineville.nl.)

Slecht pasje, toch premières

Naast Borgman weet ik bij nog een aantal premières aanwezig te zijn. Soms moet ik daarvoor uren in de rij staan, want mijn soort pasje is van het laagste allooi. De grotere jongens van de pers en filmkopers en -distributeurs hebben pasjes met andere kleuren en kunnen daarmee veel makkelijker aan plekken komen. Ik zie het als een sport om desondanks op het juiste moment bij de rij aan te sluiten of reserveringen te doen. Soms lukt het, soms niet. Eén keer werden van onze vierkoppige groep twee mensen toegelaten, en twee niet. Die waren nèt te laat.

Eén methode om aan kaartjes te komen sla ik over: op straat staan met een bordje met de titel van de film waarvoor je kaarten zoekt. Ik vind dat wat al te arremoeiig. Maar het is een komisch gezicht om op het pleintje voor het Palais des Festivals een dozijn mannen in smoking te zien staan die bedelen om een bioscoopkaartje. En het werkt wel: mensen die een uitnodiging hebben voor een première en zelf niet kunnen, geven de kaarten graag aan je weg, aangezien ze de kaarten niet mogen doorverkopen. 

Soderbergh, Franco en Winding Refn

In een paar dagen tijd bezoek ik aardig wat premières. Zo zie ik Behind the Candelabra, een hilarische biopic over de kitsch-pianist Liberace, geregisseerd door Steven Soderbergh. Michael Douglas speelt de homoseksuele Liberace met enorm veel plezier. Bij de persconferentie is hij geëmotioneerd: drie jaar geleden werd bij hem keelkanker geconstateerd, en Soderbergh heeft gewacht met het maken van de film totdat Douglas genezen was en weer in staat was te acteren. En het was het waard, want zijn performance is spectaculair.

Ik zie ook de Faulkner-verfilming As I Lay Dying van James Franco. In het boek worden vijftien verschillende ik-figuren opgevoerd die beurtelings aan het woord zijn. Franco koos er in zijn verfilming voor deze fragmentarische structuur vorm te geven middels veelvuldig gebruik van split-screen. Wonderlijk genoeg blijkt dat een gouden greep: het maakt het nogal taaie verhaal visueel fris en prikkelend.

Only God Forgives van Nicolas Winding Refn is zonder twijfel de meest controversiële film op het festival. Ryan Gosling speelt een drugshandelaar in Thailand die de moord op zijn broer wreekt en daarbij in de weg wordt gestaan door een zwaardzwaaiende politiefunctionaris. De plaatjes en muziek zijn prachtig, maar de film bevat een aantal zeer gruwelijke martel- en moordscènes. Tientallen mensen liepen tijdens de première de zaal uit, en tijdens een andere screening was zelfs boegeroep te horen. Het is een film die hier op het festival de gemoederen bezighoudt. 

Budgetbroodje

Tussen de films door leer ik steeds meer plekken kennen waar je heerlijk kan eten op een beperkt budget. Zo is het lekkerste broodje van Cannes te krijgen tegenover het busstation, in een keet genaamd PhilCat. Het gigantische ding kost vijf euro, is volgepropt met tonijn en ansjovis en druipt van de olijfolie. Het is een complete maaltijd. Een andere goeie keuze is Mezzo di Pasta op de Rue Buttura, waar ze voor minder dan een tientje flink veel pasta serveren in Chinese kartonnen take-away-bakjes.

Alles in Cannes draait om het festival. De organisatie is onvoorstelbaar groot. Honderden festivalmedewerkers, tientallen tijdelijke landenpaviljoens, duizenden bezoekers die verwachten dat de wc’s altijd schoon zijn. Ik loop tussen de menigte als een beginner, met weinig geld op zak, maar ook ik voel me hier thuis. En terwijl ik, op weg naar de last minute-rij, Christoph Waltz passeer alsof het de normaalste zaak van de wereld is, besluit ik vanaf nu elk jaar te gaan. Cannes is een bereikbare filmdroom.

Eerder verschenen op Cineville.nl