Side Effects (2013)

side-effects-image09Side Effects is de allerlaatste bioscoopfilm van Steven Soderbergh. Tenminste, dat zegt hij. Hij heeft er na ruim twintig speelfilms geen zin meer in en wil gaan schilderen. Ik geloof hem niet; Soderbergh is een man die film ademt. Hij regisseert niet alleen, hij heeft een flink deel van zijn oeuvre zelf geschreven, is vaak zijn eigen director of photography en editor, en is producer geweest voor nog zo’n twintig films van andere regisseurs. Het is moeilijk voor te stellen dat hij gelukkig zal worden met een palet in zijn hand en een bevlekt hemd aan. Het is daarnaast de vraag of Side Effects een waardige afsluiter is.

Gedeeld verleden

De moderne psychiatrie en het medium film zijn samen opgegroeid: allebei zijn ze kinderen van het eind van de negentiende eeuw. Film bestaat bij de gratie van de industriële revolutie, die de productie van celluloid en de wereldwijde distributie van films mogelijk maakte. En de moderne psychiatrie heeft zijn bestaan aan diezelfde ontwikkelingen te danken: de industrialisatie en het moderne grotestadsleven bleken een voedingsbodem voor allerlei vervelende psychische kwalen zoals depressie, neuroses en paranoia. Om al die moderne kwalen te bestrijden bedacht Freud de psychotherapie. En werd in het kielzog daarvan de farmaceutische industrie in het leven geroepen.

Juist vanwege dat gedeelde verleden is het interessant te zien hoe de psychiatrie verbeeld wordt in films. Neem bijvoorbeeld de eerste film over psychiatrie ooit gemaakt, Das Cabinet des Dr. Caligari (Robert Wiene, 1920), tevens een van de eerste horrorfilms en beroemd om zijn expressionistische, fantasierijke decors. De directeur van een gekkenhuis blijkt in deze film een moordlustige gek te zijn. Hoewel dit gegeven in de laatste scène van de film enigszins ondersteboven gehaald wordt (de eerste twist ending in de filmgeschiedenis), is de toon gezet: de psychiatrie is niet te vertrouwen.

Boze dokters

Ook in latere films komt de geestelijke gezondheidszorg er niet al te goed vanaf. Psychiaters zijn ofwel makkelijk te foppen door criminele geesten die net doen alsof ze gek zijn (Edward Norton in Primal Fear, 1996), ze zijn wreed en harteloos (One Flew Over the Cuckoo’s Nest, 1975), of ze zijn nog gekker dan de patiënten (Hannibal Lecter in Silence of the Lambs is een voormalig psychiater).

In Side Effects zien we een vergelijkbaar beeld. Psychiaters zijn zwak, onbetrouwbaar en ronduit corrupt. Ze worden flink betaald door de farmaceutische industrie om de allernieuwste pillen voor te schrijven en zijn blind voor de gevolgen die dit heeft voor de patiënt, zelfs als deze meermalen met ernstige bijwerkingen te kampen krijgt. Het medicijn waar het in Side Effects om draait, heet Ablixa. Het is een verzonnen antidepressivum, waarvoor het marketingteam van de film zelfs een website heeft gemaakt: www.tryablixa.com. Hoofdpersoon Emily Taylor (Rooney Mara) krijgt het voorgeschreven door haar psychiater, Dr. Jonathan Banks (Jude Law), nadat hij het middel aangeraden kreeg door een collega, Dr. Victoria Siebert (Catherine Zeta-Jones). Het pilletje lijkt te werken bij Emily, maar heeft één vervelende bijwerking: ze gaat ervan slaapwandelen.

Daar blijft het niet bij. In een van haar slaapwandelingen steekt ze haar vriend, Martin (Channing Tatum) dood met een keukenmes. Tijdens de hierop volgende rechtzaak wordt Emily vrijgesproken omdat ze ontoerekeningsvatbaar is vanwege de pillen. Voor Dr. Banks is dat niet per se goed nieuws. Het is eigenlijk zijn schuld dat Emily haar vriend heeft gedood, want Banks heeft haar immers Ablixa voorgeschreven.

Soderberghs keuze om een verhaal te vertellen over pillen is een interessante. Waar de meeste films over psychiatrie zich afspelen in gekkenhuizen en tijdens therapiesessies (One Flew Over The Cuckoo’s Nest, Girl, Interrupted en ook Dr. Caligari), verschuift Side Effects de focus naar de farmacologische kant van de psychiatrie. En dan met name de machtige industrie daarachter die, zo wil het cliché, er meer baat bij heeft de patiënt ziek te houden dan te genezen. Aan een gelukkig persoon kun je geen pillen slijten. De film speelt omstandig in op deze populistische kritiek, met weinig succes. Natuurlijk, er is een hoop mis met de farmaceutische industrie. Maar je kunt moeilijk beweren dat de farmaceutische industrie er slechts op uit is mensen aan de pillen te houden. Een pil die niet werkt wordt niet verkocht, hoeveel marketing je er ook tegenaan gooit. Antidepressiva worden veel verkocht omdat mensen er baat bij hebben.

Whodunnit

Halverwege begint de film echter een andere toon aan te slaan. Waar de film in de eerste helft een maatschappelijk standpunt in lijkt te nemen, ontpopt Side Effects zich naar het einde als een ouderwetse whodunnit met voorspelbare gevolgen. Personages die aan het begin gelaagd en realistisch leken, veranderen in de tweede helft van de film in stripfiguren. Het wordt een film van bordkarton, en Soderbergh lijkt te vermoeid te zijn geweest om dat te verbergen.

Op zich is er niks mis met oppervlakkigheid. In dit opzicht verschilt de film niet eens zo heel veel van de eerste film over psychiatrie, Das Cabinet des Dr. Caligari. Het wordt als een achtergrond gebruikt voor een spannend misdaadverhaal. Dat is een gerechtigde keuze. Soderberghs vergissing is echter dat hij in dit misdaadverhaal toch wat bloedserieuze maatschappijkritiek heeft proberen te verweven. Waar hem dat in eerdere films goed afging, zoals in Erin Brockovich (2000) en The Girlfriend Experience (2009), slaat hij in Side Effects de plank mis. Deze voorgaande films voelden realistisch aan, waardoor de maatschappelijke thema’s op zijn plek leken. Maar de wereld die hij in Side Effects schetst is te simpel, hangt aan elkaar van makkelijke clichés. Hij heeft zich bovendien te weinig ingelezen over psychiatrie en pillen om er iets zinnigs over te zeggen. Side Effects is zeker niet heel slecht: het is een compacte, slim geconstrueerde en vermakelijke thriller. Maar een onderwerp zo interessant als de duistere kanten van de psychiatrie verdient een betere film.

Robert Wiene, de regisseur van Das Cabinet des Dr. Caligari, begreep dat beter. De wereld die hij neerzette was heel letterlijk van bordkarton, en daar bleef hij trouw aan. Hij begreep dat hij zijn publiek het meest serieus nam als hij ze vermaakte, en het meest vermaakte als hij ze serieus nam. Kritiek op de psychiatrie liet hij over aan mensen die er verstand van hebben, en die eerlijkheid leverde een meesterwerk op. Misschien iets voor Soderbergh om aan te denken als hij het penseel oppakt.

Eerder verschenen op Cineville.nl