Faust (2011)

FaustHoe geef je de wereld in een film vorm? Zijn de straten leeg of druk, wat is er op tv te zien, hoeveel schaduw geeft een schemerlamp? Gaan de personages wel eens naar de wc, kunnen ze vliegen, willen ze nooit of juist voortdurend seks? Het is aan de filmmaker om deze vragen te beantwoorden. Een film baseren op een bestaand werk heeft daarom grote voordelen. Je hoeft de wereld in je film dan immers niet helemaal zelf te creëren. En omdat enige voorkennis verondersteld kan worden bij de kijker, hoeft er minder uitgelegd te worden in de film. Dit blijkt een succesvolle strategie: de populairste en succesvolste films van de afgelopen jaren zijn voor het grootste deel remakes, sequels of bewerkingen van boeken of games.

De Russische regisseur Alexandr Sokurov zoekt in Faust (2011) naar de grenzen van wat je van een filmwereld accepteert. Zijn film is een bewerking van het beroemde toneelstuk van Goethe uit het begin van de negentiende eeuw. In het stuk sluit de geleerde Faust een pact met de duivel. De duivel geeft Faust onmetelijke kennis en genot, maar de geleerde moet in ruil daarvoor zijn ziel afstaan aan de duivel. De Faust van Goethe is op zijn beurt gebaseerd op oudere literaire werken, waaronder het stuk The Tragicall History of the Life and Death of Doctor Faustus van Christopher Marlowe, gepubliceerd in 1604. Naast de versies van Goethe en Marlowe is er een enorme hoeveelheid kunstwerken die het Faust-verhaal als uitgangspunt hebben. Het is een van de meest vertelde verhalen van de afgelopen vijfhonderd jaar.

Het voordeel van voorkennis

Al die bagage neem je mee als je naar de Faust-verfilming van Sokurov kijkt. En dat is precies wat hij lijkt te willen. Hij gebruikt jouw voorkennis om grote delen van het oorspronkelijke verhaal over te slaan, onduidelijk te houden of van betekenis te veranderen. Je waardering voor deze film hangt daarom ten dele af van je kennis van het Faust-verhaal en zijn talloze bewerkingen. Als je nooit eerder met Faust in aanraking bent gekomen, zul je er niets van begrijpen. Je hoeft evenwel ook weer geen Faust-specialist te zijn om van de film te genieten. De verwijzingen die ik niet begreep, kon ik makkelijk links laten liggen omdat de film de indruk geeft dat Sokurov zelf in ieder geval heel goed weet wat hij doet. De wereld die hij schept geeft de indruk coherent te zijn.

Maar het is geen prettige wereld. Je zou hem zelfs lelijk kunnen noemen. De film is overwegend urinekleurig, de personages gedragen zich bruut en overal hangt de geur van lijken. Dood en geweld zijn voor de bewoners van deze wereld heel gewoontjes. Het wereldbeeld dat spreekt uit de Faust van Goethe bevat duistere kanten, maar Sokurov steekt hem naar de kroon. Zijn Faust is een kind van Nietzsche, Kafka en de surrealisten. De regels van het spel zijn onkenbaar, het noodlot ligt voortdurend op de loer en genade is een illusie. Magie is bovendien aan de orde van de dag: niemand is verbaasd als de duivel wijn uit een stenen muur weet te toveren met een tik van zijn wandelstok. Een vrouw legt een ei en eet het op. En als je een telescoop richt op de maan, blijkt daar een aapje op te zitten.

Tollen rond de actie

Faust is een wervelwind. De hele film is geschoten op een Steadicam, die in snelle bewegingen rond de actie tolt. De personages praten vrijwel voortdurend, en duwen en trekken aan elkaar alsof de hele wereld een overvol schoolplein is. Er is geen duidelijk onderscheid tussen scènes; je rolt van de ene set piece in de andere. De film lijkt hierin op Sokurovs beroemdste film, Russian Ark (2002), die in één enkel Steadicam-shot van ruim 90 minuten is opgenomen. Faust is dan wel gemonteerd, maar voelt hierdoor juist alleen maar vloeiender en hectischer. Je kunt niet bijhouden wie waar staat in de ruimte en wie wat tegen wie zegt: het is een overdonderende, unieke visuele choreografie waar je je maar het beste aan kan overgeven.

Helaas is er één fundamenteel probleem met Sokurovs Faust. De karakterisering en motivatie van de personages wordt zo zwak neergezet, dat het onmogelijk is te begrijpen waarom Faust zijn keuzes maakt en welke rol de andere personages hierin spelen. Daar wreekt Sokurovs aanpak zich: als kijker wil je best accepteren dat je voorkennis nodig hebt om de wereld van de film te begrijpen. Maar Sokurov lijkt te willen dat jij ook de emotionele kant van het verhaal zelf invult. Waarom sluit Faust een pact met de duivel? Waarom wordt hij verliefd op Margarete? Waarom moet haar broer dood? En waarom houdt de duivel Faust niet aan zijn contract? Het zijn vragen waarop de antwoorden met voldoende voorkennis te beredeneren vallen, maar die op geen enkele manier door de personages tot uiting worden gebracht. Hierdoor mist de film een emotionele kern. De beeldschone eindscène, opgenomen in een verlaten vulkanisch gebied in IJsland, blijft daardoor zonder impact.

Desondanks is de film een geslaagd experiment. De visuele stijl is fascinerend en doorwrocht. En hoewel de wereld die Sokurov oproept afstotelijk en soms absurd is, voelt hij sluitend aan. Ik denk dat er de afgelopen eeuwen geen versie van Faust is gemaakt die zozeer riekt naar de dood als deze. En dat alleen al is een waardevolle toevoeging aan de traditie van dit verhaal.

Eerder verschenen op Cineville.nl