Essay: Vijf films over verkiezingen

Manchurian CandidateIn de Groene Amsterdammer beschreven Annemarie Walter en Philip van Praag laatst haarscherp waar hedendaagse verkiezingen om draaien: het televisiedebat (‘Wie zegt dat de tafel vierkant is?’, 23 augustus 2012). De auteurs betogen dat vooral in Nederland het politieke debat verworden is tot oppervlakkig entertainment. Ze zouden veel liever informatieve, saaie verkiezingsdebatten zien – maar dat is een achterhoedegevecht. De invloed van de media is niet meer weg te denken uit het politieke proces, en daardoor ook niet uit films die verkiezingen als onderwerp nemen.

Post-1960

Sinds de eerste tv-debatten tussen Nixon en Kennedy in 1960 is het democratische proces steeds meer openbaar, persoonlijker en populistischer geworden. De media spelen in dit proces een dubbelrol: de reporters zitten op schoot bij de kandidaten om een smeuïge soundbite te kunnen opvangen, maar proberen tegelijkertijd de schijn op te houden dat ze ons een kritische kijk geven op het theater van de moderne politiek. Films over verkiezingen hebben vaak deze dubbelrol van de media als thema. Moeten de kandidaat en zijn team een vuil spel spelen om de verkiezingen te winnen, met de media als bondgenoot? Of spelen ze het spel zuiver met het risico dat ze verliezen? Hoe ver mag je gaan om in de positie te komen waarin je je idealen ten uitvoer kan brengen?

The Ides of March (George Clooney, 2011) draait om de vraag welke geheimen wel of niet naar de pers gelekt mogen worden, geheimen van zowel de ‘held’ als van de tegenstander. Gouverneur Mike Morris (George Clooney), in de race voor democratisch presidentskandidaat, heeft een jonge, ambitieuze campagnemedewerker in dienst, Stephen Meyers (Ryan Gosling). Stephen moet zorgen voor een positief beeld van Morris in de media. Maar hij ontdekt dat Morris een geheim heeft waarmee hij zijn kansen op het presidentschap zou vergooien. Stephen kiest een strategie die voor hemzelf, en de vrouw op wie hij verliefd is, noodlottig blijkt. Het levert een degelijke thriller op. Helaas wordt The Ides of March nooit zo operatesk als zijn titel belooft (de titel verwijst naar de datum waarop Julius Caesar vermoord werd door een groep samenzwerende senators), maar erg mooi is wel het personage van Ida Horowicz (Marisa Tomei), verslaggever van de New York Times. Hoewel ze maar een paar scènes heeft en een ogenschijnlijk kleine invloed heeft op de plot, draait de film uiteindelijk om haar: zij bepaalt wat het publiek wel en niet weet van de kandidaten, en daarmee welke kandidaat als winnaar uit de bus komt. Het is tekenend (en wrang) dat campagnemedewerker Meyers, nadat hij door zijn politieke vrienden kapot is gemaakt, aan het eind van de film tegen haar zegt: ‘You are my best friend, Ida.’

Buitenechtelijk plezier

Het geheim dat de neergang van een filmpoliticus kan betekenen, is vaak seksueel van aard. Zowel Wag the Dog (Barry Levinson, 1997) als Primary Colors (Mike Nichols, 1999) zijn zeer vermakelijke films die gaan over een presidentskandidaat die probeert zijn seksuele escapades te verhullen. In Wag the Dog doet hij dat door een oorlog te verzinnen die de media afleidt van zijn huiselijke perikelen, in Primary Colors door de andere kandidaat zwart te maken met diens vroegere cokeverslaving en homoseksuele uitspattingen. In beide films lijkt de presidentskandidaat geïnspireerd te zijn op Bill Clinton, die een schandaal veroorzaakte toen bleek dat hij met Monica Lewinsky (en andere dames) buitenechtelijk plezier had beleefd. Maar alleen Primary Colors verdient het predikaat ‘based on a true story’. Wag the Dog werd namelijk een jaar voor het Lewinsky-schandaal losbarstte al uitgebracht. En de voorspellende gave van die film bleek nog groter: niet alleen leek de zaak Lewinsky sprekend op de affaire in Wag the Dog; ook werd Clinton, net als in de film, ervan beschuldigd zijn militaire operaties in Soedan en Afghanistan te zijn begonnen om de aandacht af te leiden van zijn seksuele misdragingen.

Ook in de wat oudere The Manchurian Candidate (John Frankenheimer, 1962), een meesterwerk uit de koude oorlog, is een grote rol weggelegd voor de media. De scène die het meest bijblijft is die waarin een persconferentie uit de hand loopt omdat een senator op de proppen komt met een lijst van vermeende communisten binnen de gelederen van het Ministerie van Defensie. Tijdens de persconferentie staan overal televisiecamera’s te draaien, en dat niet alleen: op tv-schermen is te zien wat ze op dat moment aan het filmen zijn. We zien de echte gebeurtenissen en de registratie ervan gelijktijdig, wat de scène een tumultueuze sfeer geeft. We zijn getuige van geschiedschrijving.

Mediageilheid

Sinds de komst van het rechtse populisme in Nederland zien we ook op eigen bodem wat vaker films verschijnen met een politiek onderwerp. Vox Populi (2008) is geschreven en geregisseerd door Eddy Terstall, een filmmaker die van zijn politieke ambities nooit een geheim heeft gemaakt. De film draait om lijsttrekker Jos Fransen (Tom Jansen) van de partij ‘RoodGroen’, die merkt dat het napraten van zijn volkse, racistische schoonfamilie enorm veel stemmen oplevert. Hoewel Vox Populi een degelijke, soms heel grappige film is, kiest de film wat mij betreft iets te duidelijk een kant. Terstall begaat een zonde die je ook terugziet in andere verkiezingsfilms: de politicus in de film wordt gebruikt als spreekbuis voor de regisseur. Als lijsttrekker Fransen aan het eind van Vox Populi zijn functie neerlegt en daarover een tv-interview geeft, klinkt het alsof Terstall ons door de mond van de acteur toespreekt. Nogal ironisch dat een film die kritiek levert op mediageile politici door de regisseur gebruikt wordt om diens politieke agenda te pushen.

Zouden Rutte, Wilders of Roemer later als inspiratie kunnen dienen voor een goede politieke film? Misschien. Hoewel iemand als Wilders behoorlijk wat stof heeft doen opwaaien, is zijn loopbaan vooralsnog te saai om onderwerp voor een politieke thriller te zijn (om over Rutte en Roemer maar te zwijgen). En wat zou zijn grote geheim zou zijn, als een filmmaker een personage op hem zou baseren? Een buitenechtelijk kind van een Marokkaanse? Een clandestiene miljoenendeal met een Joodse wapenfabrikant? Ik ben benieuwd. Want voor een goede verkiezingsfilm moet je wat meer te verbergen hebben voor de media dan je haarkleur.

Eerder verschenen op Cineville.nl