Cosmopolis (2012)

limo-cosmopolisHet menselijk lichaam is een fascinerend object. In alle beeldende kunst, van de grotschilderingen van Lascaux tot de performance art van Marina Abramović, vormt de menselijke gedaante een centraal onderwerp. En wat we ook van andermans lichaam vinden, we zien altijd de menselijkheid, voelen het leven dat erin zit. Maar bekijken we op tv een opengesneden lichaam op een operatietafel, dan zien we geen mens meer. Wat we zien is een voorwerp, een bloederige abstractie. Een lichaam tijdens een operatie is misschien vervelend om naar te kijken, maar niet werkelijk schokkend.

Nee, schokkend is het moment aan het begin van de operatie, precies tussen de twee staten van het lichaam in: wanneer aan het begin van de operatie de scalpel voor het eerst tergend langzaam de gave huid doorbreekt. Ineens zien we ons binnenste in de buitenlucht, waar het niet hoort te zijn. Dat is het enige moment dat ik liever even niet kijk.

Video in je buik

cronenberg-sm3De Canadese regisseur David Cronenberg balanceert in veel van zijn oudere films meesterlijk op dat snijvlak. Rondom onze angst voor de ontmenselijking van het lichaam door penetratie heeft hij een body of work opgebouwd dat nog steeds weet te shockeren – juist omdat deze angst zo primitief en universeel is. In een van zijn eerste speelfilms bijvoorbeeld, Rabid (1977), wordt een jonge vrouw na een motorongeluk opgenomen in een kliniek. Daar krijgt ze een experimenteel huidtransplantaat dat haar onbedoeld bloeddorstig maakt. Ze lest haar dorst door mannen te penetreren en leeg te zuigen met een fallus-achtige uitgroei onder haar oksel.

Een ander voorbeeld van Cronenbergs fascinatie voor de penetratie van het lichaam is Videodrome (1983). De hoofdpersoon wordt gehypnotiseerd door hallucinogene videobanden, wat ertoe leidt dat hij een vuurwapen in een grote vaginale spleet in zijn buikholte verstopt. Bijna alle vroege films van Cronenberg bevatten zulke thema’s. Maar hij gebruikt deze ideeën nooit achteloos. Je proeft in zijn dialogen en verhaalstructuren dat hij intelligente opvattingen heeft over wetenschap, psychologie en de grenzen tussen het sterfelijk lichaam en de ongenaakbare machine, de transformatie van mens naar ding. En ondanks zijn groeiende populariteit hield hij vast aan het thema van het lijf versus het object.

Verkiezingen voor ingewanden

Zijn beste film uit deze periode is Dead Ringers (1988). De broers Beverly en Elliot Mantle, beiden gespeeld door Jeremy Irons, vormen een eeneiige tweeling. Ze zijn allebei briljante gynaecologen, en samen hebben ze een hoog aangeschreven kliniek. Koeltjes dringen ze vrouwelijke lichamen binnen met gehandschoende handen en metalen instrumenten, zonder oog te hebben voor de mens die op de behandeltafel ligt.

Hun fascinatie voor de binnenkant van het lichaam gaat ietsje verder dan die van de gemiddelde arts. Een van de twee vertelt een patiënte tijdens een vaginaal onderzoek: ‘I’ve often thought that there should be beauty contests for the insides of bodies. You know, “Best Spleen”, “Most Perfectly Developed Kidneys”. Why don’t we have standards of beauty for the entire human body, inside and out?’ Het klinkt als iets dat Cronenberg zelf zou kunnen zeggen. Het besluit van Dead Ringers is ouderwets bloederig, maar ademt voor het eerst in Cronenbergs loopbaan tegelijk ook een onderkoelde, poëtische eenvoud. Cronenbergs films gingen hierna steeds minder op horrorfilms lijken. M. Butterfly (1993) was een historische liefdesgeschiedenis, Spider (2002) een psychologisch drama, A History of Violence (2005) en Eastern Promises (2007) misdaadfilms. Cronenberg krijgt het vanwege die verandering flink te verduren van zijn fans. Hij zou soft geworden zijn, commercieel, saai. Vooral A Dangerous Method (2011), zijn voorlaatste, werd slecht ontvangen. Het viel de liefhebbers tegen dat een film over Freud en Jung zo braaf blijft. Juist omdat Cronenberg zo thuis is in Freudiaanse symboliek, verwachtte men grensverleggend vuurwerk.

Een hinkend koekblik

Cosmopolis, naar een roman van Don DeLillo, ontvangt dezelfde kritiek. Het is een praatfilm die zich voor tachtig procent afspeelt in een limousine. Eric Packer (Robert Pattinson), een jonge, rijke zakenman, rijdt in een gepantserde limousine door New York, op weg naar de kapper. Vrienden, vrouwen en werknemers bezoeken hem in zijn auto en praten met hem over de economie, de val van de Yuan en het geld dat hij op het punt staat te verliezen. Tijdens zijn rit wordt de stad overgenomen door gewelddadige bendes van antikapitalistische revolutionairen.

Ogenschijnlijk gaat de film over de naderende ondergang van het westerse kapitalisme en het begin van een nieuwe wereldorde. Eric Packer lijkt symbool te staan voor het kapitalisme, en zijn financiële teloorgang loopt synchroon met de anarchie die de stad overspoelt. Het interessante van het personage is dat hij zich neerlegt bij zijn lot. Sterker nog, hij geniet ervan en neemt steeds grotere risico’s met zijn lijf en leden. Hij nodigt de boze wereldbevolking uit om zijn pantser te penetreren. Dat proberen ze dan ook met alle macht: zijn limousine (zijn exoskelet) is aan het einde van de film een hinkend koekblik, volgespoten met graffiti.

Packer heeft een ongezonde obsessie voor zijn lichamelijke gezondheid. Elke dag laat hij zich onderzoeken door zijn lijfarts. Packer ondergaat in de eerste helft van de film een rectaal onderzoek aan zijn prostaat. Voorovergebogen in de limousine laat hij zich door een gehandschoende hand penetreren, terwijl hij in gesprek is met een ondergeschikte. Zijn gestrekte rug loopt parallel aan de wanden van zijn stretch limo. Packer ís zijn auto. De film bevat meer van dit soort visuele analogieën tussen object en mens. De stapsgewijze destructie van de auto vindt zijn persoonlijke evenknie in een van de weinige scènes waarin Packer zich buiten zijn auto waagt. Een activist smijt hem onmiddellijk een taart in het gezicht. De rest van de film heeft Packer klodders banket op zijn gezicht, net zoals zijn auto besmeurd is met graffiti. Ook in de laatste scènes van Cosmopolis speelt penetratie een belangrijke rol. Packer schiet zichzelf door zijn hand, als daad van zelfvernietiging. Zijn lijf is een vreemd, goedkoop object geworden, dat hij moedwillig kan beschadigen zonder grote gevolgen.

Een gat in je hand

Wie niet bekend is met de loopbaan van Cronenberg, ziet een film waarin gepraat wordt over de economie. Maar wie door dit pantser heen weet te breken vindt een film vol rijke symboliek, thematische gelaagdheid en visuele inventiviteit. Wanneer Packer zich door zijn hand schiet, kijken we niet alleen naar een scène die gaat over een zelfdestructieve rijke knul, maar ook naar een scène waarin een mens zichzelf van zijn menselijkheid ontdoet. Wanneer de kogel zijn lijf penetreert, zijn we getuige van een transformatie die we in allerlei gedaantes gezien hebben in het werk van Cronenberg: het lichaam wordt een ding. Cosmopolis gaat niet over de economische crisis. Het gaat over de grenzen van de menselijkheid.

Natuurlijk is er één groot verschil met zijn vroege films en dit nieuwe werk. In zijn horrorfilms trad de bloederigheid op de voorgrond en hadden we slechts het vermoeden van een intellectuele achtergrond. In Cosmopolis zien we het tegenovergestelde. De horrorscènes zijn tot een minimum beperkt, maar juist door de herinnering aan zijn vroege films heeft het geweld een grotere impact dan ooit. Waar Cronenberg vroeger zijn intellect maskeerde met gruwelijkheden, verbeeldt hij nu zijn fascinatie voor de gruwel op een intellectuele manier. Het resulteert in een van de beste films van dit jaar, en een schouwspel dat je gezien moet hebben: David Cronenberg heeft zichzelf binnenstebuiten gekeerd.

cronenberg-cosmopolis-2

Eerder verschenen op Cineville.nl. Illustraties door Christina Tsevis.