Rabbit Hole (2010)

Rabbit Hole“Er zijn te weinig interessante vrouwenrollen,” hoor je actrices in Hollywood vaak zeggen. Dat zou wel eens de schuld van Nicole Kidman kunnen zijn. Die pikt ze allemaal in. Met haar rol in Rabbit Hole (2010), waarvoor ze een Oscar-nominatie kreeg, laat ze opnieuw zien dat ze daar alle recht toe heeft. Ze is een van de veelzijdigste actrices van haar generatie, en ook een van de meest ambitieuze: ze heeft onlangs haar eigen productiemaatschappij Blossom Films opgericht, en Rabbit Hole is daarvan het eerste product.

Rabbit Hole was eerst een toneelstuk geschreven door David Lindsay-Abaire. Het verhaal over een vrouw die de dood van haar kind niet kan verwerken, intrigeerde Nicole Kidman, dus ze besloot het stuk te verfilmen en zelf de hoofdrol te spelen. Ze nodigde de schrijver van het stuk uit om ook het filmscenario te schrijven, en vroeg John Cameron Mitchell (Hedwig and the Angry Inch, Shortbus) de film te regisseren.

Aan de flauwe titel van de film (een verwijzing naar Alice in Wonderland) kun je niet aflezen hoe prachtig het script is, hoe geweldig de dialogen. Het taalgebruik is natuurlijk en persoonlijk, en tegelijkertijd draagt elk woord bij aan het voortstuwen van het verhaal.

Vermijding

De zoon van Becca (Nicole Kidman) is bijna een jaar geleden door een auto doodgereden. Becca wil niets liever dan vergeten dat dit ooit gebeurd is. Ze heeft alle foto’s van Danny van de muren gehaald en zijn kindertekeningen in een doos gestopt. En ze wil met niemand praten over haar verlies. Niet met haar man, de nuchtere Howie (Aaron Eckhart, verbazingwekkend goed), en ook niet met de leden van de praatgroep waar hij haar naartoe sleept.

Haar vrienden en familie hebben het allerbeste met haar voor, maar ze wil er niks van weten, dus het onderwerp ‘Danny’ wordt zoveel mogelijk vermeden. En als haar moeder (Dianne Wiest) haar probeert te troosten door te vertellen hoe zij zelf het verlies van haar dertigjarige zoon – Becca’s broer – ervaren heeft, wijst Becca haar af: haar broer was een junk en is gestorven aan een overdosis. Dat is iets heel anders. Becca’s verdriet is uniek.

Eigenlijk wijst ze alles af. Ze zegt voortdurend nee. Wat mensen ook doen of zeggen, ze vindt het al gauw ongepast, onredelijk of ongewenst. Een echtpaar in de praatgroep dat troost zoekt in religie maakt ze belachelijk. Als haar man haar tot intimiteit probeert te verleiden wijst ze hem af. Hoe kan hij aan seks denken, hoe kan hij een ander kind willen? Voor haar is er geen troost, geen zin, geen plezier.

Parallelle universa

Maar dat nee-zeggen van haar is maar schijn. Het is een uiting van haar onzekerheid, haar stagnatie. Haar emoties vinden geen uitweg. Ze is opgesloten in haar eigen wereld. De gewone mensen, die haar verlies niet voelen, liegen zich voor dat de wereld leuk is, maar zij kan zich dit niet meer wijsmaken. In dit opzicht deed Rabbit Hole me denken aan Fearless van Peter Weir, waarin Jeff Bridges een vliegtuigcrash overleeft en daarna niet meer verder kan met zijn normale leven. Ook in die film wordt aannemelijk gemaakt dat het vagevuur waarin je leeft na een trauma misschien wel de meest eerlijke bewustzijnsvorm is. Het verschil met Rabbit Hole is dat het personage in Fearless gelukkig lijkt te zijn. Becca is dat niet, en wil uiteindelijk toch verder met haar leven.

De doorbraak wordt geforceerd door een ontmoeting. Bij toeval loopt ze de jongeman tegen het lijf die haar zoontje heeft doodgereden. Ze raken aan de praat, en de jongeman (Miles Teller, een indrukwekkend filmdebuut) blijkt aan een stripboek te werken dat ‘Rabbit Hole’ heet, en het wetenschappelijke concept van parallelle universa als thema heeft. Het is de aanzet tot haar redding.

Waarin Becca uiteindelijk troost vindt, is de wetenschap. Of beter gezegd, haar persoonlijke interpretatie van een wetenschappelijk idee. Zonder daar al te belerend over te doen laat de regisseur zien hoe we alles om ons heen aangrijpen om troost te vinden. Of we nu de oude teksten uit de Bijbel aanpassen aan onze eigen moderne behoeftes, of een persoonlijk wereldbeeld op een onpersoonlijke wetenschap projecteren, het komt allemaal op hetzelfde neer. We moeten verder, alles is geoorloofd.

Vergeet ik bijna te zeggen dat Rabbit Hole een heel grappige film is. De personages zijn intelligent en uitgesproken, en hebben daardoor de gave om zelfs in de meest wrange omstandigheden grapjes te maken. Dat houdt de film licht en de personages levend. Het maakt het zware drama te verteren; sterker nog, het laat Rabbit Hole ver uitstijgen boven de meeste films in zijn soort. Als in het einde van de film dan toch enige sentimentaliteit sluipt, vergeef je het John Cameron Mitchell en Nicole Kidman daarom makkelijk. Het is de eerlijkheid die je bijblijft.

Eerder verschenen op Filmorama.nl