Crime d’Amour (2010)

Crime dAmourRegisseur Alain Corneau is afgelopen augustus gestorven aan longkanker. Hij is 67 jaar geworden. Crime d’Amour (2010) was zijn laatste film. Het oeuvre dat hij nalaat is divers en van hoge kwaliteit, zo spreekt de Franse pers. Geen idee of dat waar is. Niet veel van zijn films zijn buiten Frankrijk bekend, met Tous les matins du monde (1991) als uitzondering, genomineerd voor een Gouden Beer en een Golden Globe. Wie hem gezien heeft mag zijn hand opsteken. Iemand?

Over de doden niets dan goeds. Het is lastig iemands laatste film eerlijk te beoordelen. Is Crime d’Amour een bewijs van zijn meesterschap? Helaas: nee. Wist hij dat dit zijn zwanenzang zou worden? Dat is moeilijk voor te stellen. De film geeft de indruk dat het een tussendoortje was, niet zijn testament.

Crime d’Amour vertelt een verhaal dat we al vaak gehoord hebben: een ambitieuze jonge vrouw wil hogerop komen en wordt gedwarsboomd door haar kwaadaardige meerdere. Het enige dat de jongedame kan doen om haar rivaal voorbij te streven, is diens streken afkijken. Macht, jaloezie, wraak, we kennen het klappen van de zweep.

Vilein grijnzende hoofden

Maar goed, zelfs al is de inhoud niet vernieuwend, dan kan deze nog steeds een spannende vorm krijgen. Dat is in zekere zin gelukt. Corneau gebruikt een opvallend lichte toets om dit donkere verhaal te vertellen. De kantoren en woningen waar de film zich afspeelt zet hij neer in een simpele beeldregie en een palet van frisse pasteltinten. Een stijl die eerder zou passen bij een romantische komedie of een luchtige TV-krimi. Toch is het een goede keus: Corneau maakt van de Parijse zakenwereld een poppentheater, waar houterige figuren elkaars vilein grijnzende hoofden inslaan.

Isabelle (Ludivine Sagnier) heeft een hoge functie bij een grote international. Ze is verstrengeld in een vreemde symbiose met haar baas, Christine (Kristin Scott Thomas). Isabelle haalt voor Christine lucratieve deals binnen, waarna Christine telkens met de eer strijkt. Isabelle accepteert dat, zolang Christine haar behandelt als protegé en haar hogerop helpt.

Maar als Isabelle voor de zoveelste keer opzij is geschoven door de meedogenloze Christine, vindt ze het welletjes: nu is haar tijd gekomen. Ze besluit deze keer zonder medeweten van Christine een grote deal binnen te halen. Als Christine dit ontdekt, ontsteekt ze in woede, en neemt wraak door Isabelle, en diens romance met Philippe (Patrick Mille), systematisch kapot te maken.

Iets met levensmiddelen

Dit had een vruchtbaar uitgangspunt kunnen zijn om de sinistere mechanismen achter het ogenschijnlijk saaie kantoorbestaan bloot te leggen. Maar Corneau heeft die kans niet gegrepen. Het blijft allemaal aan de oppervlakte. De manier waarop Christine wraak neemt, en de wederwraak van Isabelle, voelen te bedacht. De film gaat nooit leven.

De oorzaak hiervan is dat we nooit in de wereld van de personages uitgenodigd worden. Wat ze eigenlijk doen in dit kantoor, wat hun werk inhoudt, blijft voor ons verborgen. Iets met levensmiddelen of zo. Een belangrijk deel van de plot draait om achterkamertjespolitiek en financieel mismanagement, maar er wordt nooit uitgelegd wat nou de inzet van het spel is. Het lijkt Corneau totaal niet te interesseren. De wraakmachinaties en psychologische terreur blijven daardoor op een veilige afstand.

Dat is funest voor de film. De overtuiging waarmee de twee actrices hun onderkoelde woede spelen verdiende een vaardiger regisseur, iemand met betrokkenheid. Iemand die je laat geloven dat deze poppenkast de wereld is, onze wereld. Corneau is dat niet gelukt. Want als de machtsspelletjes en het bloedvergieten zijn afgelopen, en de naam van arme Alain Corneau op de aftiteling verschijnt, kun je niets anders denken dan: “Waar was dat nou eigenlijk allemaal voor nodig?”

Eerder verschenen op Filmorama.nl