The Science Of Sleep (2006)

Science of SleepMijn kennismaking met Len Lye, een in 1980 overleden avant-gardistische filmmaker uit Nieuw-Zeeland, verliep via YouTube. Ik ontdekte dat op deze site enkele van zijn korte films te zien waren; weliswaar van beroerde beeldkwaliteit, maar het is voor zover ik weet momenteel de enige manier om zijn werk te zien, dus wie maalt erom.

Het merendeel van Lyes werken zijn abstracte filmpjes, composities van beweging en geluid, intens virtuoze animaties die gemaakt zijn door het celluloid rechtstreeks te bewerken, af te krabben, te beplakken met cellofaan, in inkt te dompelen. De meest magische van zijn filmpjes is Free Radicals uit 1958, een hypnotiserende dans van witte krassen op een zwarte achtergrond, die de twee uiteinden van de menselijke ontwikkeling met elkaar verbindt. We lezen in de beelden het barbaarse begin van onze cultuur — geheimzinnige primitieve rituelen, woorden in een vergeten taal — en we zien tegelijk de recente ontdekkingen van de natuurwetenschap — instabiele botsende deeltjes die weigeren te vertellen wat ze zijn, energie of materie.

Bekijk het visuele stuntwerk van Len Lye om te beseffen dat karakterontwikkeling, motivatie, narratieve consistentie en de regels waarmee Aristoteles en de zijnen ons geknecht hebben zeer betrekkelijke begrippen zijn. En zorg er daarna voor dat jeThe Science Of Sleep (2006) ziet. Want klassieke dramaturgie kan een stuk speelgoed worden in de handen van een briljant filmmaker als Michel Gondry.

Er bestaat een lange traditie van dromen, hallucinaties en fantasiewerelden in film en literatuur. De meeste auteurs streven ernaar hun fantasie zo vorm te geven dat deze een logische, acceptabele relatie heeft tot de werkelijkheid. Zo ook in Eternal Sunshine Of The Spotless Mind, de vorige film van Gondry. Zijn visioenen krijgen daar een wetenschappelijke oorsprong. Ze komen uit een apparaat. Je kunt ze uitschakelen. Maar in The Science Of Sleep doet de regisseur geen poging meer om zijn dromen aannemelijk of beheersbaar te maken. Hij geeft ze een fysieke verschijningsvorm die slechts met moeite aan enige vorm van realiteit te relateren is. De stad is gebouwd van wc-rollen en golfkarton, ogen zijn ramen met rolgordijnen ervoor, en door de lucht vliegen is hetzelfde als onder water zwemmen.

Kinderlijke levensvisie

Hoofdpersoon Stéphane (Gael García Bernal) is het alter ego van Gondry. Hij spreekt net als de regisseur een moeilijk verstaanbaar mengelmoesje van talen, mompelend en schutterig, en deelt diens dromen en kinderlijke levensvisie. Hij heeft moeite fantasie en werkelijkheid te onderscheiden, en heeft weinig begrip van en voor wereldlijke zaken. Stéphane wordt verliefd op Stéphanie, zijn buurmeisje (Charlotte Gainsbourg). Hij probeert haar in zijn dromen te betrekken, maar faalt herhaaldelijk; zij laat zich weliswaar ver meedrijven op zijn gedroomde golven van cellofaan, maar kan de gewone wereld niet geheel loslaten.

Dat is de oorsprong van zijn emotionele en seksuele frustratie, en omdat Gondry door middel van vertrouwde melodramatische motieven deze gevoelens inzichtelijk maakt, stap je zomaar ineens Stéphanes droomwereld binnen. In zijn wereld (in zijn hoofd, in zijn met eierdozen gebouwde televisiestudio) ondervind je hoeveel kinderlijkheid zich nog schuilhoudt in jouw eigen gedachten, hoe weinig bevrediging de realiteit je geeft. De film appelleert niet aan nostalgie naar je jeugd, hij bewijst juist dat onder het vernis van geconditioneerd gedrag iedereen een kind is, altijd. Kind-zijn is de natuurlijke staat, de droom is het echte leven.

Een verrassing: The Science Of Sleep is het diapositief van Taxi Driver. Je wordt in beide films meegezogen in de outsider-fantasie van de hoofdpersoon, die verlangt naar een geïdealiseerd meisje dat de sprong in zijn wereld net niet aandurft; er is een oudere collega die hem pseudowijsheden voert; vervreemding van de ouders wordt aangestipt; en in beide films staat het bloed dat vloeit symbool voor de geestelijke doorbraak, voor het diepste dal waarna de loutering volgt. (De vergelijkingen gaan zelfs zo ver dat in beide films een televisie kapotgemaakt wordt.) En niet te vergeten, ook in Taxi Driver was de hoofdpersoon het alter ego van de regisseur, Martin Scorsese.

Het verschil zit hem in de toon: Taxi Driver is een cerebraal visioen van de hel, The Science Of Sleep is een bijeengeknutseld paradijs. Maar de boodschap van Gondry is net zo dubbelzinnig als die van Scorsese: verdwijnen in je fantasie, staat dat niet gelijk aan de dood? Slapen en sterven is immers hetzelfde, weten wij sinds Hamlet.

Rijke thematiek

Er wordt gezegd dat de verhalende elementen in The Science Of Sleep nogal dunnetjes zijn, vooral in vergelijking met Eternal Sunshine Of The Spotless Mind. Dat is onzin. De rijke thematiek van deze film is niet in het script terug te vinden. Het zit hem in de beelden.

Eternal Sunshine is een anekdotische film. De weelderige fantasieën van Gondry zijn hier illustraties van de narratieve stijlfiguren van scriptschrijver Charlie Kaufman. The Science Of Sleep is daarentegen geschreven door Gondry zelf, en heeft een visionaire oorsprong. De fantasie ging vooraf aan het verhaal: men herkent beeldelementen die Gondry al eerder heeft gebruikt, in videoclips, korte films en animaties. De caleidoscopische interpretaties waartoe deze film zich leent zijn juist mogelijk vanwege die voorafgaande gisting van Gondry’s beeldtaal. The Science Of Sleep is een abstracter soort film.

De matige ontvangst van de film vertelt ons dat het gemiddelde publiek niet meer bereid is tot visuele interpretatie. Hedendaagse films die breed geprezen worden kenmerken zich veelal door een opvallend geconstrueerde plot, uitgesponnen wendingen en literair klinkende verwijzingen naar de actualiteit. Als de zaken niet woord voor woord verklaard worden, dan wil men er niet aan. Vanzelfsprekend protesteer ik tegen deze ontwikkeling.

The Science Of Sleep is te dwars om hierin verandering te brengen — niet eens zozeer vanwege de vormgeving van de dromen, die een gemiddelde filmkijker ten minste schattig, zo niet ontroerend zal vinden. Maar eerder door de radicale keuzes die Gondry juist in de traditionele elementen van de film heeft gemaakt. Stéphane, de ‘held’, is sociaal mislukt en heeft geen controle over zijn leven; Stéphanie, de leading lady, moet het de hele film vrijwel zonder grime doen en ziet er onaantrekkelijk uit; de bijfiguren, die in een traditionele opzet de ‘gewone’ wereld zouden representeren, zijn vaak minstens zo gestoord als de hoofdfiguren; en het einde biedt in klassiek dramaturgische termen geen oplossing voor het conflict. Gondry stelt hoge eisen aan zijn publiek. Maar dat is terecht, want hij heeft iets unieks te bieden.

The Science Of Sleep zal hoogstwaarschijnlijk een leven leiden in de marges van de filmgeschiedenis. Dat geeft niet. Magistrale werkjes zoals deze gedijen in de schaduw vaak het best. Mensen op zoek naar de allermooiste dingen vinden ze vanzelf, op onverwachte plaatsen. Verstopt tussen de YouTube-pulp, in een bijna lege filmhuiszaal, of onder een hoopje vilt en cellofaan. Je hebt niet veel nodig om te dromen.