The Wind That Shakes The Barley (2006)

the_wind_that_shakesDoe je ogen dicht. Denk aan een film waar je warm van wordt, liefst een lichtvoetige romantische komedie. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan Annie Hall van Woody Allen, of Amélie, voor mijn part Four Weddings and a Funeral. Beeld je in dat je naar die film zit te kijken. Stel je nu voor dat je op de achtergrond van elke interieurscène een televisie ziet staan, waarop oorlogsbeelden te zien zijn; en dat in elke openbare ruimte mensen te zien zijn die in de krant lezen over deze oorlog. Overal in de film wordt benadrukt dat elders een vreselijke strijd woedt. Kunnen wij ons hoofd dan nog houden bij de intieme verwikkelingen op de voorgrond? Is het persoonlijke drama waar de film eigenlijk over gaat dan nog aangrijpend genoeg? Als oorlog in een film figureert, krijgt alles een andere lading. We verwachten dat elk moment de oorlog de film zal komen binnenvallen, waarna intimiteit en nuance als eerst geslachtofferd zullen worden.

Om tegenwicht te bieden aan de ontwrichtende werking van oorlog in een film zullen de hoofdpersonen zich heroïsch moeten gaan gedragen. Ze dienen drie meter lang te zijn, indrukwekkende keuzes te maken die lange schaduwen werpen over het publiek. Al hun daden moeten impact hebben. Schreeuwen, oreren, ijzig zwijgen. Schoppen, rennen, bemodderd sterven. De vrouwen aan de zijlijn mogen gevoelens hebben, ter decoratie. Maar de mannen zijn van beton, en als ze al twijfelen, dan doen ze ook dat met gebalde vuisten. Gedragen ze zich als gewone mensen, dan zijn ze onze aandacht kwijt; dan zitten we alleen nog maar op het bloed en de vernietiging te wachten. Oorlogsfilms maken is een ondankbare taak.

The Wind That Shakes The Barley (2006) lijkt op het eerste gezicht een vruchtbare poging om het begin van een oorlog te bekijken vanuit het oogpunt van de onderdrukten. Regisseur Ken Loach geeft een weergave van de eerste fase van het Anglo-Ierse conflict en de opkomst van de IRA. Hij heeft zich kennelijk ten doel gesteld om een parallel te zoeken met de oorlog in Irak, en vond die in de manier waarop Amerikanen en hun bondgenoten huishouden in Irak, vergeleken met hoe vijfentachtig jaar eerder de Britten huishielden in Ierland. Oppervlakkig gezien laat de film zich uitleggen als een manier om door middel van een historisch verhaal een hedendaags probleem aan de kaak te stellen; als men verder kijkt wordt het echter duidelijk dat Loach vergelijkingen met Abu Ghraib en Guantánamo Bay gebruikt om onderhands zijn Iers-republikeinse politieke agenda voor het voetlicht te brengen. En dat is hem gelukt: de Fransen gunden hem dit jaar de Palme d’Or op het filmfestival van Cannes. Op basis van de film is dit onbegrijpelijk, die is niet bepaald briljant; als men echter de positie van de Fransen ten opzichte van de oorlog in Irak in ogenschouw neemt, wordt een en ander meteen veel duidelijker. De Franse culturele elite heeft in Cannes de film als anti-Amerikaanse propaganda omarmd. Loach interesseert dat niet, zolang hij op de persconferentie na de prijsuitreiking maar kan zeggen dat hij blij is dat de Ieren eindelijk erkenning krijgen voor de gruwelijkheden die zij hebben moeten verduren. De jury zag blijkbaar even over het hoofd dat de film ongebreidelde oorlogspropaganda is.

Black and tan

Het verhaal: County Cork, 1920. Twee Ierse broers, een intelligente jongeman die medicijnen wil studeren in Londen genaamd Damien, en een wat eenvoudiger figuur die de kiem van het gepolitiseerde Ierse verzet vertegenwoordigt genaamd Teddy, worden getuige van de wandaden van een Britse “Black and Tan”-eenheid. Dit schokt de studiebol zo, dat hij ineens een onverschrokken verzetsheld wordt, terwijl zijn voorheen strijdbare broer bla bla bla. Pas op, achter je, daar komen die vreselijke Britten weer, gestuurd door Darth Vader om de arme Hobbits een kopje kleiner te maken! Enzovoorts.

Om de transformatie van studiebol naar oorlogsheld kracht bij te zetten wordt Damien ertoe gedwongen een van zijn jeugdvrienden dood te schieten, omdat deze geklikt heeft aan de Britten. Damien doet dat in een netjes afgewogen, schoongesneden en vacuümverpakte scène, door Cillian Murphy gespeeld met precies genoeg innerlijke strijd om zijn keuze acceptabel te maken voor de kijker, zonder van de held een echt mens te maken. We kijken immers naar een oorlogsfilm.

Verwerpelijk

Een van de eerste verzetsdaden waarvan we getuige zijn is het overvallen van een vrachtwagen volgeladen met wapens. Deze prachtige scène is rauw en smerig. Als de jongens klaar zijn met hun gewelddaad schuifelen ze verdwaasd tussen de resten van de vrachtwagen en de lijken. Een atmosfeer van vertwijfeling, schuld en waanzin drukt zwaar op het landschap. Op dat ogenblik lijkt de toon van de film ineens pacifistisch. Die vergissing wordt onmiddellijk rechtgezet wanneer onze jongens thuiskomen. Zij zijn er getuige van hoe de Britse troepen een boerderij bewoond door louter vrouwen platbranden. De vertwijfeling uit de voorgaande scène wordt weggevaagd. Loach zegt hier zonder gêne: zie je nou, ons geweld is gerechtvaardigd, dat van de Britten niet. Hoe meer ik over deze film nadenk, hoe verwerpelijker hij wordt.

Het blijft intrigerende kost natuurlijk. Inmiddels is het Ierse conflict al zovele stadia verder, dat het begin ervan niet meer relevant lijkt. Maar er zijn belangrijke lessen te leren uit dit minder bekende tijdperk. Wij zouden kunnen bestuderen hoe gewapende bezetting leidt tot georganiseerd verzet. Wij zouden kunnen leren hoe dat verzet uitgroeit tot georganiseerd terrorisme. En hoe dat terrorisme zijns ondanks kan leiden tot een intelligente politieke discussie, en uiteindelijk tot een wapenstilstand. Maar zoveel inzicht gunt Loach zichzelf niet, want zoveel nuance is ondenkbaar binnen de regels van een oorlogsfilm.