Pirates of the Caribbean: Dead Man’s Chest (2006)

Keira KnightleyWill Ferrell is een aardige man, leuk met kinderen, onthoudt de verjaardag van al zijn vrienden, is nooit te beroerd om de hond uit te laten als het giet. En hij was vorig jaar de best betaalde filmacteur ter wereld. Dat gunnen we hem, hoewel we ons afvragen hoe hij daar mee wegkomt. (Hebben we zitten slapen? Ik ken zijn sketches uit Saturday Night Life, en vond Ferrell daarin geforceerd, middlebrow, behaagziek. Zijn films zeggen me niets. Ik ontbeer een zintuig om zijn retoriek te waarderen.)

Op nummer twee staat Johnny Depp. Dit jaar zal Depp vast aan de top staan, want Pirates of the Caribbean: Dead Man’s Chest (2006) is een enorme hit. De film scoorde het beste openingsweekend ooit, 20 miljoen dollar meer dan de vorige recordhouder, Spider-Man (met Tobey Maguire, net als Ferrell zo’n acteur die onder de radar tot een grootverdiener is uitgegroeid). Dat is het grote nieuws. In de kantlijn slechts staan in minuscule lettertjes de details vermeld, zoals dat Pirates Of The Caribbean II een prul van een film is, maar wie maalt daarom? Iedereen is rijk geworden!

De hele film lang miste ik Geoffrey Rush, die in deel 1 als Barbossa elke scène stal waarin hij ook maar een tiental seconden te zien was, maar die in deel 2 niet meer dan een cameo gegund is. De aanwezigheid van Rush maakt om het even welke film beter. Ik herinner mij zijn Sir Francis Walsingham, de opportunistische maar zorgzame kern waaromheen Cate Blanchett tolde in Elizabeth, een rol die naarmate de jaren verstrijken steeds meer gewicht krijgt, en uiteindelijk zelfs Blanchetts aanzienlijke prestatie overschaduwt.

Onderkaak

Gelukkig heb ik naar Keira Knightley kunnen kijken, met haar magisch misplaatste onderkaak. Het past allemaal net niet goed in elkaar, haar afgetrainde jongensbuik, meisjesachtige schouders en volwassen benen. Iemand komt erachter hoe je knipsels uit modebladen tot leven kan wekken; hij scheurt en plakt maar wat en iedereen vindt het mooi maar toch klopt er iets niet. Het is fascinerend te zien dat ze loopt en praat, dat alles het doet. Verbaast het als ik vertel dat ze dyslectisch is?

Ik heb weinig te vertellen over Orlando Bloom. Hij is op zijn best als hij zijn vijanden te zwaard bevecht op een vijfeneenhalf meter hoog waterrad dat naar een afgrond rolt. Dan is er tenminste geen plek voor close-ups.

Van Johnny Depp horen we meer dan ooit. Hij is tegenwoordig scheutig met interviews en persconferenties, waar hij onverwachts blijk geeft van inzicht in het imago dat hem aangepraat wordt door het publiek. Hij praat over zijn verleden, zijn leven als bad boy, toen hij nog volop drugs gebruikte, nee nee, nu drinkt hij zelfs geen sterke drank meer — om dit kracht bij te zetten bestelde hij onlangs tijdens een interview een glas whisky, om er slechts even aan te ruiken. Roken? Nog maar een paar sigaretten per dag. En hij heeft zijn aandeel in de Viper Room verkocht, de beruchtste nachtclub van L.A., waar voor de deur River Phoenix zijn laatste adem uitblies. Daarna volgt het verhaal hoe hij Vanessa Paradis ontmoette, en dat hij verliefd werd toen hij alleen haar rug zag. Vraagt men naar 21 Jump Street, de tv-serie waaraan hij zijn immense populariteit heeft te danken gehad, dan vertelt hij je dat het als een gevangenis was, dat het voelde als prostitutie, dat zijn zelfbeeld gecorrumpeerd werd door het beeld dat de media van hem hadden gecreëerd, een beeld dat het goed deed op posters in meisjeskamers.

Action figure

Zijn zelfbeeld, is dat niet waar we altijd mee geconfronteerd worden als we kijken naar Depp? Hij schijnt zelf de ironie niet te zien in de action figure van Captain Jack Sparrow die aankomende kerst onder heel wat Amerikaanse kerstbomen zal liggen. Hij is door zijn rol als Rock-’n’-Roll-piraat een oppervlakkig pop-idool voor de jeugd geworden, net zoals hij dat aan het begin van zijn loopbaan was. Alleen, nu heeft hij er zelf voor gekozen. Maar wat is het verschil? Waarom kan hij nu wel rustig slapen?

Ik houd van Johnny Depp. Hij laat mij fantaseren dat hij naar elke film iets verrassends meebrengt, een andere kijk, fascinerende maniertjes, een anarchistische houding. Als zijn naam genoemd wordt in de credits van een film, dan kriebelt er iets, nieuwsgierigheid, ondeugd. Hij is een acteur om te koesteren, een filmisch kompas.

Maar waarop is zijn imago gebaseerd? Op vier films die hij met Tim Burton heeft gemaakt: Edward ScissorhandsEd WoodSleepy HollowCharlie and the Chocolate Factory. En op een handvol films waarin hij op mildere wijze een vreemde snuiter speelt: Benny & JoonFear and Loathing in Las Vegas. Wij hebben het idee dat hij nooit normale personen speelt; dit is niet waar. Hij is normaal, conventioneel, soms middelmatig, in films als Donnie BrascoFinding NeverlandChocolatBlow. Toch ziet iedereen hem als de acteur die altijd freaks speelt. En hij is zo goed in het cultiveren van dit publieke imago, dat hij er inmiddels voor het gemak zijn zelfbeeld van heeft gemaakt. Daardoor kan hij zich de rol van Captain Jack Sparrow veroorloven, en is hij niet na een paar dagen van de set gejaagd door de producers. Hij heeft de wereld — en zichzelf — ervan overtuigd dat hij geleid wordt door een daemon. Ik vraag me af wat zijn kinderen van hem zulllen vinden als ze James Stewart gaan ontdekken, of Spencer Tracy, mannen die juist in hun eenvoud zoveel kracht konden leggen. Ze zullen papa een beetje stom vinden, ben ik bang. Maar als ze op hun vader lijken, kunnen ze dat vast heel goed verbergen.

Soms komt hij thuis van de set, en zit hij nog helemaal in zijn rol. Dan worden zijn kinderen boos, en vragen hem om op te houden met dat gekke stemmetje. Soms duurt dit dagen.

Marlon Brando

Er is verwantschap met Marlon Brando. Op de set van Don Juan de Marco raakten ze bevriend, en niet lang daarna kocht Depp een eiland, zoals Brando dat een aantal jaren eerder ook had gedaan. Ze vonden het heerlijk om urenlang samen te zijn zonder een woord tegen elkaar te zeggen, zo vertelt Depp graag. Hun band is begrijpelijk: twee mannen in oorlog met hun zelfbeeld. Enorm getalenteerd, overtuigd zelfdestructief. Het grote verschil is dat Depp zo gewoon lijkt als hij geen rol speelt, terwijl Brando dan alleen maar verknipter leek.

De laatste dag op de set van Edward Scissorhands keek Johnny in de spiegel terwijl hij geschminkt werd voor de laatste scène, en wist dat het de laatste keer was dat hij Edward in zich zou voelen. Dat maakte hem vreselijk verdrietig.

Er komen na Dead Man’s Chest nog minstens twee sequels, zo is inmiddels duidelijk. De derde film is al opgenomen, die komt in het voorjaar van 2007 uit. Depp staat nu al te springen om een rol in het vierde deel, want hij zegt verslaafd te zijn aan zijn dreads en oogpotlood, aan zijn meest uitbundige masker. In de vierde film zal Keira Knightley geen opwachting meer maken; voor haar is de grap er af, ze heeft nee gezegd tegen de miljoenen. Ik acht de kans dat Orlando Bloom nogmaals voor zijn rol tekent ook bijzonder klein. Johnny Depp zal er dus alleen voor staan, onnoemelijk rijk, met een nieuwe cast van frisse jongelui, die zich zonder een spoortje van innerlijk conflict in het avontuur zullen storten. Johnny Depp zal ouder lijken dan ooit.