Review: 13 (Tzameti) (2005)

13-tzametiDe eerste keer dat ik Hitchcocks Psycho zag was ik al een redelijk ervaren filmkijker. Omdat ik vanaf mijn vroege jeugd op de hoogte was van de legendarische reputatie van de film, had ik tot het moment dat ik hem zag alle recensies, interviews, analyses en documentaires vermeden waarin iets van de plot van Psycho uit de doeken werd gedaan. Als ik een boek over film las waarin een hoofdstuk aan Psycho gewijd was, dan sloeg ik het hoofdstuk over. Als ik op televisie een documentaire over Hitchcock keek, dan zapte ik weg zodra Psycho aan bod kwam. Ik was vastbesloten verrast te worden.

Ik was er daarom totaal niet op voorbereid dat Marion (Janet Leigh) zo vroeg in de film dood zou gaan. Dat was mijn pay off, het moment waarop ik mijzelf feliciteerde met mijn keuze om Psycho onbevangen te zien. Het is een van mijn meest gekoesterde filmherinneringen. Hitchcock zat naast me op de bank, en we hielden smoorverliefd elkaars handje vast.

Read more

Review: Miami Vice (2006)

miami-viceJaren geleden was The Keep op televisie, een horrorfilm van Michael Mann uit 1983. Ik ging ervoor zitten; ik had Manhunter niet lang daarvoor gezien en was erg onder de indruk van de regisseur. Helaas, The Keep bleek een ongehoord slechte film te zijn. Het eerste deel van de film had nog een bepaalde overgestileerde charme, en de rollen van Ian McKellen als oude joodse man in een rolstoel en Gabriel Byrne als doortrapte Nazi hadden een hoog camp-gehalte. Maar na een minuut of twintig werd me duidelijk dat deze film niet in staat was zijn eigen ambities te dragen. Het verhaal had iets te maken met een occulte oerkracht, iets monsterlijks dat zich schuilhield in een citadel in de Karpaten, en een Messiasfiguur die het wezen kwam verslaan nadat het uit zijn eeuwenlange slaap was gewekt door de Nazi’s. Of zo. Ik weet het niet precies, want ik ben halverwege de film in slaap gevallen, en werd pas wakker door het lawaai van het mythische eindgevecht in de diepste krochten van de citadel, flitsend uitgelicht als ware het een nachtclub in Miami.

Cut to een nachtclub in Miami. Colin Farrell en Jamie Foxx schuiven gedecideerd en met stalen gezichten door de drommen, en ik weet niet wat er gebeurt of wat de bedoeling precies is, maar blijkbaar zitten ze achter boeven aan. Even later staan ze op het dak van de club — mijn god, wat ziet die lucht er mooi uit — en bespreken ingewikkelde dingen via een mobieltje. Waar ben ik eigenlijk? Wie zijn die mensen? Hoe ben ik hier verzeild geraakt?

Read more

Review: The Wind That Shakes The Barley (2006)

the_wind_that_shakesDoe je ogen dicht. Denk aan een film waar je warm van wordt, liefst een lichtvoetige romantische komedie. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan Annie Hall van Woody Allen, of Amélie, voor mijn part Four Weddings and a Funeral. Beeld je in dat je naar die film zit te kijken. Stel je nu voor dat je op de achtergrond van elke interieurscène een televisie ziet staan, waarop oorlogsbeelden te zien zijn; en dat in elke openbare ruimte mensen te zien zijn die in de krant lezen over deze oorlog. Overal in de film wordt benadrukt dat elders een vreselijke strijd woedt. Kunnen wij ons hoofd dan nog houden bij de intieme verwikkelingen op de voorgrond? Is het persoonlijke drama waar de film eigenlijk over gaat dan nog aangrijpend genoeg? Als oorlog in een film figureert, krijgt alles een andere lading. We verwachten dat elk moment de oorlog de film zal komen binnenvallen, waarna intimiteit en nuance als eerst geslachtofferd zullen worden.

Om tegenwicht te bieden aan de ontwrichtende werking van oorlog in een film zullen de hoofdpersonen zich heroïsch moeten gaan gedragen. Ze dienen drie meter lang te zijn, indrukwekkende keuzes te maken die lange schaduwen werpen over het publiek. Al hun daden moeten impact hebben. Schreeuwen, oreren, ijzig zwijgen. Schoppen, rennen, bemodderd sterven. De vrouwen aan de zijlijn mogen gevoelens hebben, ter decoratie. Maar de mannen zijn van beton, en als ze al twijfelen, dan doen ze ook dat met gebalde vuisten. Gedragen ze zich als gewone mensen, dan zijn ze onze aandacht kwijt; dan zitten we alleen nog maar op het bloed en de vernietiging te wachten. Oorlogsfilms maken is een ondankbare taak.

Read more

Review: Pirates of the Caribbean: Dead Man’s Chest (2006)

Keira KnightleyWill Ferrell is een aardige man, leuk met kinderen, onthoudt de verjaardag van al zijn vrienden, is nooit te beroerd om de hond uit te laten als het giet. En hij was vorig jaar de best betaalde filmacteur ter wereld. Dat gunnen we hem, hoewel we ons afvragen hoe hij daar mee wegkomt. (Hebben we zitten slapen? Ik ken zijn sketches uit Saturday Night Life, en vond Ferrell daarin geforceerd, middlebrow, behaagziek. Zijn films zeggen me niets. Ik ontbeer een zintuig om zijn retoriek te waarderen.)

Op nummer twee staat Johnny Depp. Dit jaar zal Depp vast aan de top staan, want Pirates of the Caribbean: Dead Man’s Chest (2006) is een enorme hit. De film scoorde het beste openingsweekend ooit, 20 miljoen dollar meer dan de vorige recordhouder, Spider-Man (met Tobey Maguire, net als Ferrell zo’n acteur die onder de radar tot een grootverdiener is uitgegroeid). Dat is het grote nieuws. In de kantlijn slechts staan in minuscule lettertjes de details vermeld, zoals dat Pirates Of The Caribbean II een prul van een film is, maar wie maalt daarom? Iedereen is rijk geworden!

Read more

Review: Bubble (2005)

Bubble“Another Steven Soderbergh Experience” luidt de tagline van Bubble (2005). Wat wordt daarmee bedoeld? Er klinkt haast verveling in door. Steven Soderbergh is productief, schiet gemiddeld bijna één film per jaar en produceert daarnaast talloze andere, maar echt vervelend vind ik dat niet. Ik ben geen fan van Soderbergh, laat mij dat eerst duidelijk maken. Sex, lies, and videotape werd gered door James Spader, Out Of Sight is alleen maar mooie plaatjes, Traffic hield mijn aandacht niet vast en de remake van Solaris, tja, die zou ik waarschijnlijk best goed vinden, als ik het origineel van Tarkovsky niet zou kennen. Desondanks ben ik altijd nieuwsgierig naar Soderberghs films, omdat hij een van de weinige mainstream filmmakers is die zijn eigen oorspronkelijkheid de ruimte geeft om te laten bloeien, en tegelijkertijd nooit bang is om zijn publiek te blijven vermaken. Hij maakt ons op plezierige wijze deelgenoot van zijn masturbaties.

Bubble is het resultaat van zijn keuze om na de popcornfilm Ocean’s Twelve een film te maken die klein is, persoonlijk en provinciaals, op een minimaal budget, met een cast van louter amateurs. Toch weet de film de kracht te verzamelen om deze bescheiden schaal te ontstijgen, op een originele, pakkende en ontroerende manier. En dat in 73 minuten.

Read more