Review: White God (2014)

Aan het begin van White God (Fehér Isten) fietst een meisje door de verlaten straten van Boedapest. Het voelt niet goed, je verwacht dat straks een horde zombies hun bruine tanden in het meisje komen zetten. Maar in plaats daarvan rennen ineens tweehonderd doodnormale honden de straat op en zetten de achtervolging op het meisje in. Of rennen de honden juist met het meisje mee, op weg naar een gezamenlijke vijand?


Voor een film die over honden gaat is dat een interessante vraag: aan wie zijn deze honden loyaal? Een filmhond speelt immers meestal de rol van trouwe viervoeter. Hij wandelt aan de zijde van de mens en doet geen vlieg kwaad. Hij is een stille vriend, zonder belangen, zonder innerlijke strijd. Zijn enige doel is bij zijn baasje zijn.

Scheiding en hereniging

Hondenfilms gaan dan ook vaak over de pijnlijke scheiding van dier en eigenaar, en de daaropvolgende blije hereniging. Lassie Come Home en Homeward Bound: The Incredible Journey zijn waarschijnlijk de bekendste voorbeelden van films waarin een hond afgezonderd raakt van zijn baasje en op eigen kracht terugkeert. Maar ook Lady and the Tramp behandelt dit thema: Lady krijgt steeds minder aandacht van haar chique baasjes als die een baby krijgen. Wanneer ze ook nog gemuilkorfd wordt, vlucht Lady gedesillusioneerd de straat op en ontmoet dan Tramp. Na vele avonturen op straat eindigt de film ermee dat Lady én Tramp toch in het gelukkige gezin worden opgenomen.

Zelfs in films waarin de hond een schijnbaar minder grote rol speelt, zoals Toto in The Wizard of Oz (de enige filmhond met een autobiografie, getiteld ‘I, Toto’), is deze thematiek aanwezig. Voordat Dorothy naar The Land of Oz vertrekt, zien we scènes waarin haar gemene buurvrouw Almira Gulch dreigt haar hondje weg te nemen en af te maken. De reis die Dorothy daarna maakt, is niets anders dan een angstdroom over het mogelijke verlies van Toto. Mevrouw Gulch verschijnt in die droom in de vorm van de Wicked Witch of the West.

In de eerste helft van White God wordt dit patroon van vervreemding naar hereniging vrij precies gevolgd. De dertienjarige Lili wordt bij haar vader ondergebracht omdat haar moeder niet meer voor haar kan zorgen. Lili brengt haar hond mee, de bastaard Hagen, maar haar vader haat het beest, zeker als blijkt dat Hagen een vermogen aan hondenbelasting gaat kosten. Vader ontdoet zich van Hagen door hem midden op de snelweg uit de auto te zetten.

Het verhaal van de verstotene

Daarmee begint Lili’s zoektocht naar haar hond, maar vooral de zoektocht van Hagen naar zijn baasje, want de kern van het drama is de verhaallijn van de hond. Vanuit zijn perspectief zien we hoe hij bevriend raakt met andere straathonden en hoe hij ontdekt hoe wreed mensen kunnen zijn tegen dieren. Sterker nog, dat ze het op hem gemunt hebben.

In Hongarije is namelijk een wet uitgevaardigd die rashonden een voorkeursbehandeling geeft. Als je de verhoogde belasting op honden van gemengd ras niet kunt of wilt betalen, dan wordt je bastaardhond door officieren van de hondenbelasting opgepakt en in een asiel gestopt. Niet om een nieuw baasje te vinden, maar om te worden afgemaakt. Ook straathonden wacht dit lot: meerdere keren wordt Hagen achterna gezeten door hondenvangers. Maar hij is ze steeds te slim af.

White God is een parabel. Hoewel de stad en de mensen realistisch in beeld worden gebracht, met een cameravoering die documentair aandoet, moet de absurde hondenwetgeving (een wet die overigens daadwerkelijk is voorgesteld in Hongarije) ons iets duidelijk maken over de omgang met verstotenen. De film gaat niet in op het hoe en waarom van de wetgeving, alleen op de gevolgen voor degenen die door de wet benadeeld worden.

Hagen is een vluchteling geworden in zijn eigen stad. Hij is aangewezen op de steun van andere verschoppelingen. De enige manier waarop hij in zijn levensonderhoud kan voorzien is stelen. En de enige baan die hij kan krijgen, is als vechter in illegale hondengevechten.

Nieuwe baasjes

Klinkt dit als een zielig verhaal over een asielzoeker in een vreemde stad? Klopt, daar lijkt het zeker op (behalve dan dat Hagen op zoek is naar alles behalve een asiel). De film wordt écht opmerkelijk in de tweede helft. Een klein drama over een meisje en een hond verandert dan in een epos zoals Spartacus of Gladiator: Hagen wordt de leider van een slavenopstand. Dat is het moment dat Mundruczó de rauwe realiteit loslaat. En dan wordt duidelijk waarom White God in de Un Certain Régard-sectie van het filmfestival in Cannes de prijs voor beste film heeft gewonnen dit jaar. De hondenscènes die je te zien krijgt, zijn spectaculair: meer dan tweehonderd honden die als één bewegen, de stad overnemen en de tyrannie omverwerpen. Die beelden zijn zonder overdrijving uniek.

En de meer dan tweehonderd hond-acteurs die in de film spelen, waar komen die eigenlijk vandaan? Dat vroeg ik me af toen ik de zaal uitliep. Wat bleek: alle honden die je ziet zijn uit asiels gehaald, inclusief de twee honden die Hagen spelen (en dat verbluffend goed doen). De honden zijn dus allemaal speciaal voor de film getraind. En na afloop van de opnames zijn ze natuurlijk niet teruggestopt in het asiel, maar hebben een nieuw baasje gekregen. Want zo hoort dat in een hondenverhaal.

Eerder verschenen op Cineville.nl

Leave a Comment